top of page
Marit Törnqvist

'Het moment dat ik het gevoel heb dat mijn boek een wereld is waar ik in kan stappen en een beetje rond kan kijken en mensen leren kennen is wel heel speciaal.'

Marit Törnqvist behoort misschien wel tot de meest geliefde illustratoren van Nederland. Heel wat kinderboeken bevatten haar naam; kinderboeken waar zij de illustraties en/of omslagen voor maakte én boeken die ze zelf schreef en illustreerde. Veel van haar boeken zijn vertaald en gaan de hele wereld over. In Nederland werd haar werk meermaals bekroond. Zo kreeg ze onder andere een Gouden Penseel voor Pikkuhenki (geschreven door Toon Telligen, 2006), een Zilveren Penseel voor 'Schildpad en ik' (2023) en de Johannes Vermeerprijs in 2024. In het juryrapport van de Johannes Vermeerprijs (2024) stond: 'Törnqvist ontvangt de prijs vanwege vanwege haar uitzonderlijke artistieke vermogen om universele emoties in taal en tekeningen te verbeelden, en dicht bij de belevingswereld van de lezer te brengen.' Dat is ook exact wat haar werk typeert. Ze weet heel veel gevoel in haar beelden te stoppen. Haar prachtige illustraties lijken eenvoudig, maar er zit meer in dan je in eerste instantie denkt. Ze nemen je mee in het verhaal en geven het verhaal een extra dimensie. In al haar werk zie je dat Marit Törnqvist oog heeft voor kinderen en wat in hun leefwereld speelt. Je voelt de warmte en geborgenheid. En die warmte en geborgenheid laat zij ook zien in de wereld door actief anderen liefde voor jeugdliteratuur bij te brengen én er te zijn voor anderen die het nodig hebben, zoals vluchtelingen.

Marit Tornqvvist
Antartica

Kun je iets over jezelf vertellen?

Mijn naam is Marit Törnqvist, ik ben in Zweden geboren en op mijn vijfde naar Nederland gekomen. Ik woon midden in Amsterdam en heb daar een atelier op zolder, maar ik ben ook minstens 4 maanden per jaar in het bos in Zweden waar ik een huisje met een atelier heb en heel stil kan werken. Er komt bijna niemand daar behalve een stelletje uilen en zo nu een dan een ree of een vos of een eland.

 

Naast illustraties maken schrijf ik en heb ik ook in Zweden een  driedimensionale verhalenreis door de boeken van Astrid Lindgren ontworpen in een kindercultuurhuis midden in Stockholm. Je kunt daar met een trein door haar boeken reizen. Negen miljoen mensen hebben die reis inmiddels gemaakt.

 

Verder heb ik de stichting Een boek voor jou opgericht die welkomstboeken met onze mooiste kinderliteratuur aan gevluchte kinderen uitdeelt in AZC’s in hun eigen taal. Ze kunnen daardoor over 'Pluk van de Petteflet' en 'Kikker' lezen in hun eigen taal. Ik ben ook heel actief betrokken bij een project Read with Me in Iran. Ik heb daar van alles gedaan: Illustratoren begeleiden bij het maken van hun boeken, workshops aan kinderen in heel arme wijken ten zuiden van Teheran of buiten Esfahan of in een bibliotheekje tussen de ruïnes van een aardbevingsgebied. Ik ben zelfs in de straat van Hormuz geweest en heb geholpen met het bedenken en soms bekostigen van (mobiele) bibliotheken.

Verder ben ik veel op reis voor mijn werk – Naar het oerwoud in Suriname, naar Burundi met Artsen zonder grenzen en dit jaar was ik zes weken op Antarctica met een groep Zweedse wetenschappers, daar ga ik een prentenboek over maken volgend jaar. Ik doe nog veel meer projecten met kinderen maar dat is teveel om hier op te schrijven.

Samenwerken heb ik onder andere gedaan met Astrid Lindgren, Toon Tellegen, Hans en Monique Hagen en nog veel meer schrijvers.

Mijn favoriete kinderboek blijft wel 'De gebroeders Leeuwenhart' van Astrid Lindgren en mijn favoriete illustrator is Shaun Tan. 'De regels van de zomer' is één van mijn lievelingsboeken. Vroeger was één van mijn lievelingsboeken 'Wim' van Wim Hofman.

Hoe ben je illustrator geworden?

Als kind tekende ik al heel veel. Ik schreef ook verhaaltjes en gedichtjes en timmerde grote poppenhuizen waar ik alles zelf voor maakte van klei en stof en hout. Eigenlijk was ik altijd dingen aan het knutselen. Vanaf mijn achtste ongeveer zat ik elke week op tekenles en op mijn middelbare school hadden we iets dat ‘academieklas’ heette op vrijdagmiddag. Daar leerden we stillevens en portretten tekenen. Toen ik 18 was ging ik naar de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en ik deed daar de opleiding Illustratie. Tijdens mijn eindexamententoonstelling kreeg ik heel veel opdrachten en daarna is het eigenlijk steeds maar door gegaan met allerlei leuk werk.

Hoe ga je te werk?

Mijn inspiratie haal ik uit het leven, uit alles wat ik meemaak of heb meegemaakt. Maar al begint het daar meestal mee, het gaat daarna een eigen leven leiden en hoe dat werkt, weet ik eigenlijk niet echt. Bij elk boek is de werkwijze anders en niet echt te voorspellen. Ik heb heel veel verschillende tekenmaterialen op mijn tafel staan en in een boek als ‘Het gelukkige eiland’ gebruikte ik echt van alles door elkaar. Daar schetste ik niet maar maakte direct een tekening, als die niet goed werd maakte ik er nog één. Op een tentoonstelling die nu te zien is in het Onderwijsmuseum in Dordrecht kan je bijna 90 tekeningen zien die niet in het boek kwamen.

 

Maar bij het boek wat ik nu maak kan ik niet elke tekening meerdere keren maken want dat is een boek over een stad met heel veel mensen en allerlei terugkerende personen, spullen, gebouwen. Aan één tekening uit dat boek werk ik soms wel meerdere weken. Ik schets eerst met potlood zodat ik weet wat ik ga schilderen. Ik werk met gouache, acryl, inkt, ecoline, aquarel, kleurpotlood, vetkrijt, pastelkrijt, houtskool.Soms met rollers en stempels. Heel veel verschillende materialen. Een beetje als een kok die soep kookt in een keuken vol kruiden voel ik me, die steeds proeft en bedenkt wat er nog bij zou passen om de soep lekkerder te maken. Ik schrijf en teken afwisselend, en zo vormt zich een boek. In de tekeningen kan ik andere dingen kwijt dan in de tekst. Ik werk heel langzaam. Meestal doe ik een paar jaar over een boek. Dat komt omdat ik mijn tekeningen soms maanden wil wegleggen om dan te kijken of ik ze nog steeds goed genoeg vind.

Werkplek.jpeg
Werkplek1
Jij bent de liefste
Daar komt de tijger
we bakken een dierentuin

Wat vind je een van de leukste dingen aan het maken van een kinderboek?

Het leukste is dat ik een wereld maak die opeens op papier bestaat en dat ik daar zo nu en dan uit de echte wereld heen kan vluchten. Ook is het fijn om gevoelens te kunnen tekenen die ik zelf als kind had en soms nu nog steeds, stemmingen te vangen in licht en donker en kleur. Het moment dat ik het gevoel heb dat mijn boek een wereld is waar ik in kan stappen en een beetje rond kan kijken en mensen leren kennen is wel heel speciaal.

Vaak teken ik zonder te weten waarom dingen in mijn boeken die blijken een heel speciale reden te hebben. Ik weet dan wel dat ze erin passen, maar nog niet waarom. Later kom ik daar meestal achter, dat is één van de leukste momenten tijdens het werk.

En verder houd ik gewoon van schilderen, en rommelen met al die soorten tekenmateriaal en me laten verrassen. Ik werk nooit digitaal.

Hoe zou je je eigen handschrift omschrijven?

Iemand noemde mijn stijl een keer ‘poëtisch realisme’ en dat vond ik wel mooi. Toen ik net begon werkte ik nog veel realistischer dan nu en in mijn prentenboeken alleen in aquarel. Ik ben veel losser gaan tekenen en al die verschillende materialen gaan gebruiken. Al is mijn stijl zeker herkenbaar, hij verandert wel steeds en dat is afhankelijk van welk verhaal ik wil vertellen.

Wat was je eerste boek waar je illustraties voor maakte? En wat is het meest recente boek waar je aan gewerkt hebt?

In Nederland was het eerste boek ‘Daar komt de tijger’ van Hans en Monique Hagen. Dat waren zwart-wit tekeningen bij gedichten. Ik bedacht toen dat je een dubbele pagina beeld voor één gedicht kon gebruiken, zoiets was nooit eerder gedaan. We noemden het een poëzie-prentenboek. Later deed ik hetzelfde bij 'Jij bent de liefste' en inmiddels bestaan er heel veel poëzie-prentenboeken. 'Daar komt de tijger' is nu opgenomen in de bundel 'Lichtjes in je ogen' . Maar tegelijkertijd maakte ik een prentenboek 'De kerstkarper' samen met mijn moeder Rita Törnqvist, dat speelde zich af in Praag én een prentenboek met Astrid Lindgren 'Een kalf valt uit de hemel'. Ook die boeken zijn later weer herdrukt en in allerlei landen verschenen.

Mijn laatste grote boek is 'Schildpad en ik' en mijn laatste kleine boek is 'We bakken een dierentuin'. 

Is er een eigen boek dat of een specifieke illustratie die voor jou extra bijzonder is? 

Er staat een tekening in 'Schildpad en ik' en daar zie je een man die op het dek van een schip aan de reling staat met een vrouw in een rolstoel. De vrouw weet dat ze heel ziek is en dood zal gaan maar ze wil zo graag nog terug naar het land waar ze geboren is, waar de schildpadden schuifelen door het warme zachte zand.

Toen mijn vader ruim 10 jaar geleden opeens heel erg ziek werd en in Amsterdam in een ziekenhuis lag was hij maar met één ding bezig – hij wilde nog één keer terug naar zijn geboorteland Zweden – hij had het er steeds maar over dat hij daar heen wilde, naar zijn (en mijn) geboorteplaats Uppsala. Maar uiteindelijk is dat niet gelukt want hij overleed heel snel. Hij heeft daar nu wel zijn graf. Ik moest toen ik deze tekening maakte aan hem denken maar ook aan al die mensen die vluchten uit hun land en nooit meer terug kunnen en hoeveel pijn dat doet. Dat verlangen naar de plek waar je vandaan komt is één van de allersterkste verlangens in de mens, denk ik.

schildpad en ik

Wat zou je nog heel graag willen uitbrengen?

Ik ben nu met een groot prentenboek bezig van 80 pagina’s – daar werk ik al jaren aan en hierna heb ik al een plan voor een prentenboek over Antarctica. Er komt veel op me af, en heel veel daarvan is erg leuk. Ik beweeg meestal een beetje mee met wat er op dat moment het beste in mijn leven past. Dat kunnen reizen, tentoonstellingen, projecten met kinderen zijn maar boeken zullen altijd mijn belangrijkste werk zijn.

bottom of page