top of page
Voorlezen in de klas

Maak voorlezen tot een feestje!

Bij voorlezen in jouw klas is het belangrijk dat je een goed stappenplan volgt. Dit stappenplan kan bij het voorlezen van elk type boek helpen.

Stappenplan

1. Boekenkeuze

Kies allereerst een boek waar jij als voorlezer enthousiast van wordt en dat past bij de belevingswereld van jouw klas. Kijk dus goed wat interesses zijn en wat er speelt bij jouw kinderen. Lastig? Voer leesgesprekken! Kies zelf regelmatig een nieuw voorleesboek, maar laat kinderen ook meebepalen welk boek het nieuwe voorleesboek wordt. Bij downloads vind je in de leesbevorderingsbundel een handige activiteit hiervoor beschreven. Aansluiten bij een thema is aan te bevelen. Als je een geschikt boek hebt gevonden, is het goed om nog uit te zoeken of het boek wel echt goed voor te lezen is. De tekst moet goed klinken, niet te complexe of juist te makkelijke zinnen bevatten en het verhaal moet beeldend zijn. Daarnaast zijn perfecte ingrediënten: spanning en humor.

2. Voorbereiding voorleesfragment

Lees het verhaal of het hoofdstuk/het boek eerst zelf. Weet wat je voorleest om los te komen van de tekst én contact te houden met je kinderen.

3. Voorbereiding setting

Zorg voor rust in de klas en een fijne sfeer. Denk aan een vertelhoek, een kring, een vertel-of voorleesstoel, zitzakken, kussens en dergelijke. Lees je een griezelverhaal voor, maak het dan bijvoorbeeld een beetje donker. 

4. Voorleestempo, articulatie, intonatie en lichaamstaal

Tempo: lees vooral rustig voor. Iets langzamer dan dat je normaal praat. Vertraag bij spannende momenten of versnel bij een opsomming of reeks handelingen. Pauzeer bij een punt of laat stiltes vallen waar dat past.

Articulatie: praat duidelijk.

Intonatie: leg de nadruk op zelfstandige naamwoorden of op bijzondere en versterkende woorden. Varieer in toonhoogte (hoog-laat) en varieer tussen hard en zacht om bijvoorbeeld verschil tussen personages aan te geven.

Lichaamstaal: zoek regelmatig oogcontact, kijk de hele klas daarbij door. Gebruik hierbij je mimiek en je houding om het verhaal nog meer nadruk te geven. Af en toe je handen gebruiken om kracht bij te zetten, is aan te bevelen.

5. Voorleestijd

Plan tijd in om voor te lezen. Deze tijd kan variëren van 5 minuten tot 30 minuten en zal afhankelijk zijn van de boekenkeuze en jouw klas. Sluit het boek goed aan bij jouw klas? Kan jouw klas zo lang luisteren? Bij jonge kinderen is het advies om een boek in ongeveer drie weken uit te lezen, bij oudere kinderen is zes weken het maximum.

6. Voorlezen maar!

Leid het voorlezen in

Introduceer het boek of het verhaal: benoem titel en laat de voorkant zien. Is er iemand die het boek/ het verhaal al kent? Wat verwacht je van het boek/het verhaal?

Je kunt ook van tevoren luistervragen stellen. Hierdoor letten de kinderen specifiek op diverse aandachtspunten die jij als voorlezer aangeeft.

Voorleesmoment

Voorlezen maar! Houd hierbij de tips van punt 4 voor ogen.

Na het voorlezen

Bespreek het verhaal na, laat luistervragen beantwoorden, vraag naar moeilijkheden of reacties zoals 'wat zou jij doen als je de hoofdpersoon was?' of 'wat vind jij van deze gebeurtenis?'

Algemene tips:

  • lees vaker hetzelfde boek voor bij kleuters om onder andere te werken aan verhaalbegrip en woordenschat.

  • wissel voorlezen eens af met vertellen.

  • zet ook eens luisterboeken of digitale prentenboeken in.

  • doe als klas of school mee aan allerlei voorleesprojecten die Stichting Lezen jaarlijks organiseert. 

  • varieer in de middenbouw of bovenbouw eens van vorm.

  • rooster voorlezen minimaal één keer per dag in.

bottom of page