top of page
Myriam Berenschot

'Ik hoop dat die twinkeling ook bij de lezer van mijn boeken optwinkelt. Dan ben ik blij'.

Myriam Berenschot is al heel wat jaren illustrator. Haar werk valt op doordat ze heel verschillende illustraties maakt, waarbij je toch bij al die verschillen ziet dat het van haar hand is. Hoe je dat ziet? Kijk zelf maar goed naar de foto's van haar werk, dan zie je bijvoorbeeld dat ze diverse stijlen combineert in één boek. Leg de illustraties van het best bekende 'Prinsje', maar eens naast die uit 'Luisterhout' of  naast 'Noor en Heiko grijpen in'. Het vrolijke, kleurrijke, vrolijke tegenover supergedetailleerde, haast zwierige of sprookjesachtige zwart-wit tekeningen. De hoogste tijd om Myriam Berenschot en haar werk in het zonnetje te zetten!

Myriam Berenschot
Minoes
Met de poppen gooien

Kun je in het kort iets over jezelf vertellen?

Ik hou van mooie dingen maken. En ik zie ook in niet mooie dingen iets moois. Eigenlijk is niks lelijk. Het ligt er maar helemaal aan hoe je ernaar kijkt. Ik fotografeer ook heel veel. Je kunt de foto’s op mijn speciale Instagramaccount (@bibelletje) voor foto’s bekijken.

Vroeger, toen ik klein was, vond ik de tekeningen van Fiep Westendorp bij 'Jip en Janneke' stom. Dat zwart-wit vond ik saai. En de tekeningen van Carl Hollander bij 'Pippi Langkous' vond ik best raar. Die uitpuilende ogen en die knokige knieën. Een beetje eng. Maar het gekke is dat mijn lievelingsboek 'Minoes' van Annie M.G. Schmidt was, met tekeningen van Carl Hollander. En de tekening van Carl Hollander uit ‘Duveltjes uit een doosje’ intrigeerde mij mateloos (zie tweede foto hiernaast).

 

Wat ik, toen ik ietsje ouder was, geweldig vond waren de tekeningen van Mance Post in de boeken van Guus Kuijer. Zij was denk ik mijn grote voorbeeld toen ik jong was. En de reden dat ik illustrator ben geworden

(zie derde foto hiernaast).

Nu denk ik heel anders over de tekeningen van deze drie illustratoren. De eenvoud en openheid van de tekeningen van Fiep Westendorp en de eigenheid van de tekeningen van Carl Hollander vind ik nu juist heel mooi. En de tekeningen van Mance Post vind ik nog altijd mooi. De herkenbaarheid en alledaagsheid van haar tekeningen spraken mij toen en spreken mij nog steeds heel erg aan, maar ik vind ze nu wel iets saaier dan vroeger.

Ik heb geleerd er naar te kijken. Vroeger vond ik dat alles echt moest lijken. Nu vind ik dat niet meer zo belangrijk en vind ik de sfeer of de kleuren of de emoties die ik over wil brengen veel belangrijker.  Ik kijk de hele dag. Naar alles om mij heen om te kijken of er nog een leuke foto te maken valt en ook naar wat andere illustratoren en kunstenaars maken.

Hoe ben je illustrator geworden?

Ik tekende vroeger net als Mance Post dagelijkse dingen na. Heel precies. En ik tekende modetekeningen. Dames met mooie kleren. En mijn werkstukken moesten er altijd mooi uit zien, vond ik. Met ‘plaatjes bij de praatjes’. Dus ik ging naar de Kunstacademie. Op die school heb ik getekend, geschilderd, alle grafische technieken uitgeprobeerd en uiteindelijk ben ik als docent afgestudeerd. Na mijn afstuderen werd ik docent tekenen en schilderen voor volwassenen en kinderen. Pas in 2012 heb ik me als illustrator ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Vanaf toen heb ik de focus op het illustreren gelegd en gaf ik heel af en toe nog maar les. Om toch nog wat geld te verdienen (want je verdient niet gelijk geld met het illustreren) werd ik postbezorger. Kon ik onderweg ook nog fotograferen.

Hoe ga je te werk?

Als ik een tekst voor een boek van een uitgever krijg, ga ik eerst de schetsen met potlood op papier maken voor het hele boek. Ook voor de voorkant van het boek. Ik probeer zo veel mogelijk bij de essentie te blijven. Dus alle onnodige dingen weg te laten. En dat is best moeilijk. Want ik houd erg van ‘nog een dingetje erbij om het leuk te maken’, maar vaak voegt het eigenlijk niks toe. Vervolgens maak ik de voorkant van het boek in kleur, want die moet als eerste klaar zijn voor in de folders van de uitgevers, zodat ze de boeken alvast kunnen laten zien en kunnen verkopen aan de boekhandels.

 

Ik maak veel tekeningen met kleurpotlood, oliepastel of andere echte materialen. Vervolgens bewerk ik ze digitaal.

Ik ga gewoon aan het werk net als iedereen achter mijn werktafel. Inspiratie of geen inspiratie. De ‘inspiratie’ zit in mijn hoofd. Daar heb ik onbewust denk ik van alles opgeslagen, omdat ik zo ontzettend veel kijk. Om mij heen of naar werk van kunstenaars en illustratoren in het museum of op Instagram. Dat is één groot museum! Ik vind heel veel mooi. Maar het allermooiste werk vind ik op dít moment denk ik het werk van Sara Gimbergsson (zie foto kind met hond).

Maar er is zoveel moois. Dat het volgende week wel weer iets anders kan zijn. Soms blader ik ook even door een boek uit mijn kast van een andere illustrator, als het echt niet lukt. Het eindresultaat moet wel een soort van twinkeling in mijn hoofd maken, anders is het nog niet goed. En begin ik opnieuw. En ik hoop dat die twinkeling ook bij de lezer van mijn boeken optwinkelt. Dan ben ik blij.

Werktafel
Nieuw werk
Sara Grimbergsson
Roze ikke en De bal
Noor en Heiko

Hoe zou je eigen stijl het best omschrijven? 

Mijn stijl is erg veranderd in de 12 jaar dat ik illustreer.

Mijn eerste prentenboek was ‘Roze Ikke’, geschreven door Suzan Overmeer. En een van mijn laatste boeken is ‘De bal’, geschreven door Joukje Akveld .Nu snap je ook wat ik bedoel met de essentie denk ik.

Wat was je eerste boek waar je illustraties voor maakte? En wat is het meest recente boek waar je aan gewerkt hebt?

'Roze Ikke' was dus mijn eerste boek. Ik maakte het samen met Suzan Overmeer. Sindsdien heb ik met Suzan nog drie boeken over muziek gemaakt. Zij is namelijk muziekdocent aan het Conservatorium van Den Haag.

Mijn allerlaatste boek was een project voor Nationaal Coördinator Groningen. 'Noor en Heiko grijpen in!' Een prentenboek geschreven door Pierre Carrière over de aardbevingen in Groningen. Ik woon daar ook. Dus ik voel me er wel bij betrokken (zie foto hiernaast: Noor en Heiko met ouders aan tafel).

Op dit moment werk ik aan een nieuw prentenboek over een hele lieve poes die soms ook heel stout kan zijn (zie foto kind met poes), voor uitgeverij Gottmer. Suzanne Weterings heeft het geschreven. En tegelijkertijd werk ik aan een boek voor een educatieve uitgeverij. En ook nog aan een geboortekaartje.

Is er een boek dat of misschien wel een specifieke illustratie die voor jou extra bijzonder is?

Wat ik heel erg eervol vond was dat er bij de twee boekjes over Prinsje, ‘Prinsje’ en ‘Prinsje kiest zelf!’  van Marjet Huiberts, een animatie en een liedje werd gemaakt. Hij is erg leuk. Dus bekijk hem vooral hier.

Wat maakt jouw werk uniek?

Ehm… Nu moet ik dus een elevator pitch tevoorschijn toveren, hè?

Ik hoor vaak dat ik hele schattige personages maak en dat de emoties heel goed te zien zijn in hun houding of op hun gezicht. En ook dat het een beetje quirky is. Dat vind ik wel fijne complimenten. Schattig maar niet té schattig. Want dan wordt het weer tuttig en daar houd ik niet van.

 

Wat zou je nog heel graag willen uitbrengen?

Als de tijd rijp is wil ik nog wel eens een boek helemaal van mezelf maken. Maar dan moet ik een noodzaak voelen. En ik voel heel veel noodzaken, maar nog niet duidelijk één voor een boek. Dat rijpt nog.

bottom of page