top of page
Linda de Haan

'Boeken maken en voorlezen zijn bij uitstek de manier om te laten zien hoe het leven werkt, wat er nu echt belangrijk, leuk en waardevol is.'

Aan de hand van krachtige, zachte en sfeervolle illustraties kan Linda de Haan een verhaal vertellen dat nóg mooier is dan het al is. Linda de Haan gebruikt veel vrolijke kleuren in haar werk, waardoor je oog naar bijzondere details wordt getrokken. Haar stijl is divers, dat maakt haar werk ook opvallend. Van collages die bestaan uit allerlei materialen, zoals stof en touw tot stempels. Vooral haar laatste boek 'Ik wil een bos voor mijn verjaardag' valt op; de kleuren, de gezichtsuitdrukkingen, de verwijzingen in de tekst en het krachtige verhaal dat ze heeft weten neer te zetten. En dat verhaal sprankelt door de beelden én de woorden. 

Linda de Haan
Linda de Haan

Kun je in het kort iets over jezelf vertellen?

Als klein meisje was ik graag op het strand of in het bos, maar thuis naast de verwarming knutselen was ook favoriet. Eigenlijk is er niet veel veranderd, ik ben alleen minder verlegen geworden, vroeger durfde ik niet op schoolreis of ergens te logeren maar nu vind ik reizen en steden bezoeken heerlijk. Mijn moeder ging vaak met mij naar de bibliotheek, ik had zelf niet veel boeken maar wel een serie Pixi-boekjes die ik versleten heb en nog steeds koester. Ik vind het nog steeds fijn om te tekenen en te maken, eet ontzettend graag artisjok in Bologna en ik ga graag met mijn man Martijn naar cabaretvoorstellingen.

 

Het werk van Fleur van der Weel vind ik echt ontzettend mooi en goed; de Superguppie illustraties in de bundels met gedichten van Edward van der Vendel vind ik geniaal. De gedichten vind ik ook geweldig trouwens.

Als kind las ik graag 'Tutte mei de Linten' van Diet Huber en werk van Eric Carle. 'De scheepsjongens van Bontekoe' vond ik een prachtig leesboek. Nu lees ik nog steeds graag kinder- en jeugdboeken. Favoriet zijn Marjolein Hof, Mirjam Oldehave, Martijn Niemeyer, Bart Moeyaert, Hanneke de Jong, ­Pieter Koolwijk en dat rijtje is eigenlijk nog wel langer.

Hoe ben je illustrator geworden?

Na mijn middelbare school ging ik naar de kunstacademie in Groningen. Na mijn studie illustratie en na het behalen van mijn eerstegraads docent tekenen, deelde ik een atelier met collega-illustratoren. Dat atelier was in de oude kleedhokjes van het openluchtzwembad 'De Papiermolen' in Groningen. Hier leerde ik Mies van Hout en Coen Simon kennen en maakte ik samen met Stern Nijland mijn eerste prentenboek, 'Koning & Koning' (2000), dat inmiddels in twaalf talen is verschenen. Op dit moment vinden er voorstellingen van dit verhaal in Duitsland en Tsjechië plaats, in Rotterdam speelt Jeugdtheater Hofplein het als schoolvoorstelling. In Burgum is er nu een Friese openluchtvoorstelling op een sprookjesachtige locatie aan de rand van het Burgumermeer (zeven avonden voor 300 mensen, alle avonden uitverkocht).

 

Na mijn afstuderen ben ik veel op reis geweest om zandsculpturen te bouwen en later heb ik meer prentenboeken gemaakt, illustraties voor in schoolboeken, leesboeken en televisieprogramma’s. Als verhalenmaker op school V.O.S en als schoolschrijver bezoek ik kinderen op de basisscholen. Op scholen vertellen over eigen werk of van collega’s vind ik heel erg leuk. Ook maak ik graag samen met de kinderen muurschilderingen of kostuums op karton of grote leporello (uitvouwbare) boeken. 

 

Eigenlijk knutsel ik nog steeds graag. Af en toe maak ik grote muurschilderingen voor winkels of de overheid, dat is strakker werk, net als logo’s of een huisstijl illustreren maar dan in het groot. 

Koning en Koning
Boeken

Hoe ga je te werk?

Als kinderboekenillustrator heb ik denk ik wel een herkenbare eigen stijl, maar die is niet eenduidig. Voor werk in kleur zijn dat collages. Dit is ‘ouderwets’ handwerk: de illustraties bestaan uit meerdere lagen, figuren worden samengesteld uit losse onderdelen, kleding is uit stof of stukjes bedrukt papier geknipt. Eerst schets ik de figuren met potlood, lijnen die mogen blijven staan trek ik over met een fineliner. Achtergronden worden beschilderd met acrylverf, daar komen dan weer papiertjes, stofjes of uitgeknipte tekeningen bovenop. Ook touwtjes, stempels, veertjes, stukjes wol, leer of vilt zijn terug te vinden in mijn werk. De illustraties zijn vaak vrolijk en vol kleur en er mag steeds weer iets nieuws te ontdekken zijn. Maar ik maak ook graag strakke illustraties in één kleur, linosnedes en krastekeningen. De laatste tijd maak ik veel stempels die ik zowel in strakke illustraties en vormgeving als in collages verwerk. 

 

Inspiratie vind ik om me heen en in de krant. Ik zou niet zonder papieren kranten kunnen, dat is echt het laatste waar ik op zou bezuinigen (ik gebruik de krant ook bij mijn schoolbezoeken).

Kleren, waslijnen, dieren, huizen, planten en bomen, tekenen vind ik altijd leuk. Voor het boek “Prinses Prutje zoekt een ridder” mocht ik ridders en een draak tekenen. Heerlijk. Ook vind ik het heel leuk om voor prentenboeken een piepklein tekeningetje of detail op de rug van het boek te maken. Zo kun je snel zien waar het boek over gaat, vooral handig als je nog niet kunt lezen.

Wat ik vooral inspirerend vind, is dat boeken maken en voorlezen bij uitstek de manier is om te laten zien hoe het leven werkt, wat er nu echt belangrijk, leuk en waardevol is.

Werktafel Linda de Haan
Linda de Haan werk
Stempels
Ik wil een bos voor mijn verjaardag

Hoe zou je eigen stijl het best omschrijven? 

Bij elk verhaal kijk ik in welke stijl ik de illustraties wil maken, dat kan verschillen. Onder het telefoneren tekenen met de balpen dat doe ik graag. Deze telefoontekeningen vormden de aanleiding voor de balpenillustraties in mijn prentenboek ‘Er zit een gat in, de wereld van Spriet’.


Het leuke en tegelijkertijd het lastige van met balpen tekenen is dat het in één keer goed moet. Eerst met potlood schetsen kan niet, want gummen geeft vlekken, echter alleen blauw is zo blauw, vandaar dat ik de balpen graag combineer met een rode pen of een (rode) stempel of een stukje tape.

 

Dit prentenboek is me dierbaar, het gaat over de dood, zonder dat dat expliciet genoemd wordt en terwijl ik het boek aan het maken was, overleed mijn moeder. Ik ben nog steeds ontzettend blij met de tekeningen en de samenwerking met Coen Simon. Het is ook altijd erg leuk om met dit filosofische boek te werken in groep 5 en 6.

 

Mijn werk in kleur is wel iets veranderd, ik denk dat het iets minder collage is geworden en dat er steeds meer stempels in mijn werk terug te vinden zijn. 

 

Tijdens mijn opleiding illustreerde ik voor de Hanze, de krant voor de Hanzehogeschool. Mijn eerste werk in opdracht: ik maakte zwart-witte krastekeningen, heel erg leuk om te doen.

Wat is het meest recente boek waar je aan gewerkt hebt?

'Ik wil een bos voor mijn verjaardag'  uitgeverij Ploegsma) + 'Ik wol in bosk op ‘e jierdei, Afûk'. Een prentenboek deels geïnspireerd op Bosk, een landschapskunstwerk door Bruno Doedens en Arcadia, waarin 1200 bomen in 100 dagen tijd 3 kilometer door Leeuwarden liepen.

In Bosk, waar ik als kunstenaar/illustrator 3 weken te gast was, zag ik hoe kinderen van de bomen genoten en speelden in het wandelende bos. De basis van dit prentenboek is het avontuur zoals ik Bosk beleefd heb." Ik stelde mezelf de vraag: "Hoe kan ik de inspiratie, verwondering en informatie van Bosk als beeldmaker vastleggen en doorgeven aan jonge kinderen en hun (groot)ouders?"
 

In dit fantasievolle prentenboek volgen we Simke, die maar één grote wens heeft voor haar verjaardag: een boom in de straat. Ze schrijft een brief aan de burgemeester en wacht af. Als ze een paar dagen later wakker wordt, staat de straat vol bomen. Wat een geweldig cadeau! De hele straat komt tot leven: een kunstenaar vertelt over de kleuren en vormen van de bomen en de bladeren, papa leest voor vanaf het balkon, er worden boomhutten gebouwd en kinderen spelen verstoppertje. Simke zou willen dat het bos voor altijd in hun straat blijft, maar kan dat wel?

 

Het was een feest om dit boek te maken, veel kleur en groen, ik heb het al vaak en met heel veel plezier voorgelezen op scholen. Het verhaal is niet ingewikkeld maar er zitten ontzettend veel lagen en aanknopingspunten in om van alles met dit boek te doen naast het voorlezen. Dat is denk ik wel kenmerkend voor al mijn prentenboekenwerk, er zitten altijd veel lagen en lijntjes/mogelijkheden in, herkenning voor de kinderen en de volwassenen en de boeken zijn bijna altijd geschikt voor meerdere leeftijden.

Het landschapskunstwerk met de wandelende bomen gaat Europa in, kijk maar eens op www.circle4change.eu  ik hoop dat ik met dit boek ook op reis door Europa kan gaan. 


Het eerste avontuur was er al, eind april mocht ik met 'Ik wol in bosk op ‘e jierdei' aanhaken bij Lit – Up Ljubljana, een literair evenement in Slovenië, waar uitgevers in minderheidstalen elkaar ontmoetten.

 

Ik heb niet alleen de illustraties gemaakt, de tekst is ook van mijn hand ik heb het tegelijkertijd in het Fries en het Nederlands geschreven. Het Nederlandse boek had ik ook mee naar Ljubljana samen met de Engelse vertaling van het boek, 'All I want form my birthday is a forest', door Kumar Jamdagni, een vertaling waar ik echt ontzettend blij mee ben. Ik vind het razend knap wanneer iemand zo goed en mooi kan vertalen.

Tijdens Lit -Up heb ik verschillende uitgevers en schrijvers leren kennen, lezingen bijgewoond en zelf mocht ik voor studenten pedagogiek een lezing verzorgen over kinderboeken met 'lastige' thema’s voor het vak kinderliteratuur op de universiteit. Volgens mij is er niks ‘lastig’ voor kinderen, ik denk dat je overal kinderboeken over kunt maken.

Wat zou je nog heel graag willen uitbrengen?

Ik heb wel een idee maar dat verklap ik lekker nog niet! Het lijkt me vooral erg fijn om snel weer aan een prentenboek te werken waarbij ik niet op de klok hoef te werken, waar ik zonder ander opdrachten of werkzaamheden vijf maanden of een half jaar aan zou kunnen werken. Het lijkt me ook weer erg leuk om weer met Stern Nijland een boek te maken of een prentenboektekst of dichtbundel van iemand anders te mogen illustreren.

Bos.PNG
LIT UP
Slovenië
bottom of page