Yule Hermans
'Ik laat realiteit en een droomwereld graag door elkaar lopen. Figuren zijn niet helemaal in verhouding en vaak ook niet in verhouding met de wereld om hen heen. Daar speel ik graag mee om inhoudelijke of emotionele banden of lagen te verbeelden.'
Yule Hermans is nog niet een heel bekende naam in kinderboekenland, maar haar werk maakt indruk. Bij titels als het indrukwekkende 'Voor altijd dichtbij' (geschreven door Elvis Peters, (2022)), het poëtische 'Verliefd op de maan' (geschreven door Marthe Nelissen (2025) en 'Twaalf vrienden en de maan' (geschreven door Marijke Macken (2024) maakte de Vlaamse illustrator onder andere de betoverende illustraties. Maar het door haar zelf geschreven en geïllustreerde boek 'Wereldreis voor het slapengaan' viel nog meer op; dit boek won zelfs een Zilveren Penseel in 2026.
De beeldtaal van Yule raakt: helder, warm en vol betekenisvolle details. In haar werk vangt ze precies die momenten waarin verwondering, kwetsbaarheid of plezier zich aandienen. Ze weet illustraties te maken die veel ruimte laten voor de verbeelding. Haar prenten laten een indruk achter en zijn een essentieel onderdeel van het beschreven verhaal. Je zou haar werk kunnen herkennen aan de magisch-realistische beelden. Ze ademen allemaal rust en warmte.

Kun je iets over jezelf vertellen?
Ik ben Yule Hermans, illustrator en soms ook auteur van kinderboeken. Ik woon en werk in Antwerpen. Mijn atelier is momenteel een grote tekentafel in het midden van mijn woonkamer. Hopelijk kan ik er later wel een mooie aparte ruimte voor maken. Maar nu ga ik eerst een jaar reizen en neem ik mijn schetsboeken mee naar de andere kant van de wereld.
Naast illustreren ben ik ook leerkracht aan de kunstacademie. Daar geef ik les aan de kinderen en jongeren. Een heel fijne combinatie met het maken van kinderboeken, mijn doelpubliek staat heel erg dicht bij mij. Soms geven ze zelfs feedback.
Als ik niet aan het werken ben, dan ga ik heel graag klimmen en boulderen. 'De GVR' van Roald Dahl, met de prachtige tekeningen van Quentin Blake is één van mijn favoriete kinderboeken. Mijn papa kent de tekst volgens mij nog steeds uit zijn hoofd, zo vaak heeft hij het voorgelezen. Later, tijdens mijn studie, ontdekte ik nog enkele prentenboeken die nu zeker bij mijn favorieten horen. Één daarvan is 'Where the wild things are' van Maurice Sendak. Kinderboeken waarin de fantasiewereld echt lijkt te worden en je helemaal wordt meegenomen in het verhaal, hoe eenvoudig ook, zijn mijn favorieten.
Hoe ben je illustrator geworden?
Als kind was ik altijd al aan het tekenen. Ik stond al met een penseel in mijn handen toen ik nog maar net kon lopen. Ik zei altijd al dat ik later iets wou doen met tekenen, maar ik wist als kind nog niet dat illustrator zijn een job was. Het is pas bij mijn studie aan Sint Lucas Antwerpen dat ik meer en meer besefte dat dit echt mijn ding was en dat ik verder wou als illustrator. Ik ben me in die jaren op school meer en meer gaan ontwikkelen als illustrator en meteen na mijn laatste jaar mocht ik al een eerste boek illustreren dat gepubliceerd
Hoe ga je te werk?
Ik werk het liefst met potlood, kleurpotlood, krijt en acryl op papier. Het liefst ook met al die materialen door elkaar. Ik werk heel erg in laagjes. Zo krijg ik diepte en textuur in mijn werk. En zo kan ik ook inhoudelijke lagen in de illustratie verbeelden.
Inspiratie haal ik vaak uit de natuur. Ik trek graag met een schetsboek de natuur in om te tekenen, soms zijn die schetsen dan het begin van een nieuwe illustratie. Soms zie ik iets in de natuur waar ik een verhaal rond kan verzinnen, zoals een boom die een gezicht lijkt te hebben bijvoorbeeld. Ik ga ook graag opzoek naar verhalen die beelden bij me oproepen. Dat kunnen bestaande verhalen zijn, nieuwe verhalen van auteurs die een illustrator zoeken, verhalen uit het verleden of verhalen uit gesprekken met vrienden. Mijn inspiratie komt ook veel verschillende hoeken en dat vind ik ook het leukste, zo blijft het verfrissend.


Wat vind je een van de leukste dingen aan het maken van een kinderboek?
Het leukste aan het maken van kinderboeken is dat alles kan. Dat maakt het soms natuurlijk ook moeilijk, je moet gaan zoeken en keuzes maken. Maar in die zoektocht zit vaak ook net heel veel plezier. Je mag een hele nieuwe wereld bedenken, je kan gaan uitproberen met welke materialen en kleuren je wil werken,…
Voor een tijdje wordt de wereld van het boek ook een beetje jouw nieuwe thuis en dat is een fijn avontuur.
Tekenen en schilderen is ook altijd een van mijn favoriete activiteiten geweest. Nu mag ik dat doen voor mijn job, en kan ik er soms zelfs mensen mee raken, dat is ook echt heel erg voldoening gevend.
Hoe zou je je eigen handschrift omschrijven?
Ik zou mijn tekenstijl omschrijven als poëtisch. Ik laat realiteit en een droomwereld graag door elkaar lopen. Figuren zijn niet helemaal in verhouding en vaak ook niet in verhouding met de wereld om hen heen. Daar speel ik graag mee om inhoudelijke of emotionele banden of lagen te verbeelden.
Mijn stijl is zeker nog geëvolueerd. Vooral tijdens mijn studie heb ik hard gezocht. Na vier jaar kreeg ik het gevoel dat ik mijn persoonlijke stijl wel gevonden had. Maar ik wil die nog steeds verder blijven ontwikkelen en verbeteren. Ik blijf nieuwe dingen uitproberen en zoeken, dat maakt het ook leuk. Ik denk dat het ook heel belangrijk is om te blijven groeien, ik wil niet te snel ‘makkelijk’ gaan zitten en zo vast komen. Door te proberen en de zoeken daag ik mezelf uit.
Wat was je eerste boek waar je illustraties voor maakte? En wat is het meest recente boek waar je aan gewerkt hebt?
Het eerste boek waar ik illustraties voor maakte was mijn afstudeerproject aan Sint Lucas. Ik schreef en illustreerde een heel persoonlijk prentenboek. Toen heb ik het zelf een aantal keer laten printen en verkocht ik het aan vrienden en familie. Een paar jaar later werd het door een uitgeverij ook écht gepubliceerd. Voor die publicatie hebben we het wel helemaal herzien. De tekst werd herschreven door Elvis Peeters en ik maakte ook alle illustraties opnieuw. Er waren al weer een paar jaar overheen gegaan en mijn stijl was weer wat verder ontwikkeld.
Dat boek telt dus misschien maar half als eerder publicatie. Mijn eerste gepubliceerde boek was een informatief boek over geschiedenis van klassieke muziek. Daarvoor heb ik ongeveer 200 kleine potloodtekeningen gemaakt.
Mijn meest recente boek waar ik nu de afwerking voor aan het doen ben, is toevallig ook weel een informatief boek. (Meestal illustreer ik verhalen.) Dit keer gaat het over de bergen. Het is heel leuk en verhalend geschreven. Ik heb het boek voorzien van verschillende grote geschilderde landschappen, wat ik heel erg leuk vond. Naast de landschappen komen ook weel kleine potloodtekeningen.






Is er een eigen boek dat of een specifieke illustratie die voor jou extra bijzonder is?
Er zijn twee boeken in mijn oeuvre die voor mij nog net iets belangrijker zijn dan de rest. Het eerste is 'Voor altijd dichtbij', dat is het boek dat ik oorspronkelijk tijdens mijn studie heb gemaakt. Het is een heel persoonlijk verhaal. Het gaat over het verlies van mijn mama en mijn zoektocht naar troost. Ik ben heel blij dat ik dit boek heb kunnen maken, en zeker met de mooie tekst van Elvis Peeters. Het was voor mij zelf een mooi traject om op deze manier een keer door het verlies te gaan, en om te zien dat het ook voor andere mensen troost bracht.
Het tweede boek is 'Wereldreis voor het slapengaan', dit boek schreef ik ook zelf. Het is een dikke verhalenbundel. Ik heb 5 jaar aan dit boek gewerkt, ik verzamelde volksverhalen van over de hele wereld en heb deze herschreven in een verhaal waarin Perzikje opzoek gaat naar zijn moederboom, de hele wereld rond. Ik ben als kind opgegroeid met verhalen en volksverhalen waren daar ook een groot deel van. Die fascinatie is altijd gebleven. Ik ben dan ook heel dankbaar dat ik dit idee of passieprojectje heb mogen uitwerken tot een echt groot, mooi boek. In dit boek heb ik heel veel kunnen zoeken naar nieuwe werelden en figuren, ik heb nieuwe dingen kunnen proberen in stijl en techniek. Ik heb echt heel veel plezier beleeft aan het maken van dit boek.
Wat maakt jouw werk uniek?
Wat mijn werk uniek maakt is dat ik graag rond gevoelige of filosofische thema’s werk. Mijn stijl is niet de meest commerciële: melancholie en gelaagdheid maar ook speelsheid, droomwereld en absurde. Dit is niet heel nieuw, maar er zij ook geen overdaad van. Ik ben niet bang om sommige thema’s te behandelen. Mijn lievelingsverhalen zijn de moeilijkere verhalen. Ik maak graag gelaagde beelden en speel graag met symboliek.
Ik breng liefst de realistische en magische wereld samen omdat ik het gevoel heb dat daar de ruimte ontstaat waar emoties een plaats hebben. Verdriet of angst mogen er van mij zijn in een kinderboek, en die emoties kunnen perfect samengaan met schoonheid en geluk. Ik wil zulke verhalen vertellen en verbeelden omdat ik denk dat heel veel mensen en kinderen daar ook echt iets aan hebben. Ik probeer boeken te maken die ik als kind heb gemist.
Wat zou je nog heel graag willen uitbrengen?
Wat er voor mij nog op mijn verlanglijstje staat zijn nog meer volksverhalen of sprookjes. De magie die daar vanzelf inzit is zo leuk om te verbeelden. Maar ik zou ook heel graag een keer een poëziebundel of een verhaal voor volwassenen illustreren. Ik denk dat mijn poëtische stijl daar heel mooi bij zou aansluiten.

