top of page
Esther Leeuwerik

'Ik duik vooral diep in de teksten, zoek alle lagen en probeer iets weer te geven van wat daaronder zit.'

De illustraties van Esther Leeuwrik mogen er zijn. Toch valt op dat in recensies haar illustraties in boeken van anderen regelmatig óf niet worden besproken óf maar heel kort worden besproken, terwijl ze een grote rol spelen en meer dan alleen maar mooi zijn. Je zou haar werk kunnen herkennen aan de zwierige haren in de sfeervolle illustraties met veelal warme, lichte en lieflijke kleuren die passen bij het verhaal. Ze geven het verhaal soms net even een andere lading of ze maken een boek net even toegankelijker. De hoogste tijd om Esther Leeuwrik en haar werk in het zonnetje te zetten!

Esther Leeuwrik
Wintertijd

Kun je in het kort iets over jezelf vertellen?

Ik ben Esther Leeuwrik, 42 jaar geleden geboren in Julianadorp. Ik vergeet soms dat ik ben opgegroeid aan zee en zoek als ik rust en natuur nodig heb eerder een fijn herfstbos, maar als ik aan een project werk waarin de zee een rol speelt, komt het kustgevoel toch ergens boven. Inmiddels woon ik alweer heel lang in Gouda. Naast illustrator ben ik vooral heel erg moeder van drie kinderen waar ik volop van geniet. Inmiddels zijn ze al niet zo heel klein meer (ik heb twee gezellige puberdochters en een lief schooljongetje), maar zij zijn nog steeds mijn grootste inspiratiebron en komen ook in veel van mijn tekeningen terug.

Mijn oorspronkelijke ‘grootheden’ waar ik altijd al tegenop keek, zijn Annemarie van Haeringen en Marije Tolman. Alles wat zij maken vind ik bewonderend-jaloersmakend prachtig. Zij kunnen allebei zo treffend eenvoudig iets neerzetten wat enerzijds heel mooi klein is en tegelijk heel groots.

Ik deed een paar jaar terug mee met een Summer School van Villa Verbeelding van Carll Cneut, in Hasselt. Zijn tekenstijl is totaal anders dan wat ik maak, maar ik vind het ontzettend mooi en bewonder hem erg. Los van het prachtige wat hij maakt is het ook nog eens een ontzettend fijn en lief mens en een fantastische leraar. Ik was daar natuurlijk samen met anderen en ik vind het zo gaaf om te zien wat zij nu allemaal maken – Janneke Ipenburg, Stephanie de Coo, Ewald Steuer, Irina Filcer en anderen. Allemaal zulke fijne mensen. Het is een geluk dat boekenmakers dat vaak zijn.

Hoe ben je illustrator geworden?

Mijn start als illustrator viel samen met de geboorte van mijn tweede kind (nu 12). Eigenlijk ging het een beetje per ongeluk. Als kind wilde ik heel graag tekenares worden, maar ik dacht dat dat wel niet zou kunnen. Met een heel waardevolle omweg via een baantje in een boekwinkel en een studie Theologie kwam ik op de lerarenopleiding Nederlands terecht, waarna ik een paar Nederlands en later ook levensbeschouwelijke vorming gaf.  Mijn leerlingen bij dat laatste vak moesten van mij een ‘levenvisieboek’ schrijven, waarin ze aan de hand van opdrachten nadachten over wie ze waren, hoe ze in het leven stonden en wat ze daarvan droomden. Ze schreven zulke mooie dingen over hoe alles mogelijk is, als je het graag wilt en dat je je dromen na moest jagen. Dat heeft toen iets in mij ‘aangezet’ waardoor ik in mijn zwangerschaps- en ouderschapsverlof mijn tekenspullen van vroeger tevoorschijn haalde. Ik maakte toen het geboortekaartje voor mijn kindje en een illustratrice bij mij in de stad zag dat hangen op de crèche waar onze kinderen heen gingen. Ze bleek bij mij om de hoek te wonen en het werd zowel het begin van een fijne vriendschap als het begin van mijn tekenwerk. Op haar aanraden stuurde ik wat werk op naar een uitgever en al snel kreeg ik een eerste illustratieopdracht. Van die ene opdracht kwam een volgende en zo ging het steeds verder. Eigenlijk zou ik na een jaar weer gaan lesgeven, maar ik bleef in plaats daarvan tekenen. Ik heb dus geen opleiding tot tekenaar gehad. Dat vind ik best wel jammer. Later heb ik nog eens geprobeerd of ik alsnog de academie zou kunnen doen, maar zowel qua kosten als qua tijdsinvestering naast mijn gezin en werk was dat niet mogelijk.

Ik geloof dat je altijd wel op de goede plek terecht komt in het leven, linksom of rechtsom, omdat het leven nu eenmaal zo werkt. Ergens ‘klopt’ mijn omweg wel. Ik heb veel aan zowel mijn studie Nederlands als aan Theologie, wat betreft het begrijpen van verhalen, gelaagdheid en betekenis. Ook dat is uiteindelijk een mooie en waardevolle basis voor het maken van tekeningen.

 

De zee hield het lang geheim in progress
Tekenspullen
Werkplek Esther Leeuwrik1
Werkplek Esther Leeuwrik 2

Hoe ga je te werk?

Ik werk altijd analoog: met pen, verf, potlood, inkt en stiften op papier. Daarbij gebruik ik best veel verschillende materialen en het is altijd even zoeken hoe ik dat kan doen, zonder dat het een rommeltje wordt. Soms denk ik dat ik een keer moet kiezen en mijn materiaal wat moet beperken tot één of twee verschillende technieken, maar meestal wordt het toch weer alles bij elkaar.

Eigenlijk houd ik zelf het meest van ingetogen, gedempte kleuren, maar op de een of andere manier wordt wat ik maak meestal heel kleurig. Ik kies er wel vaak voor om mijn kleuren wat beperkt te houden tot een beetje een ton-sur-ton. In het beeld probeer ik een balans te vinden tussen eenvoud en details en de tekeningen wat beweging mee te geven, waardoor er iets gebeurt (ook als er eigenlijk niet zoveel gebeurt). 

Ik wil eigenlijk graag tekenen als een gedicht – met ritme, metrum, assonantie, alliteratie, beeldspraak en betekenis. Ook wil ik heel graag ook digitaal leren tekenen, maar tot nu toe blijft dat toch een beetje liggen. 

Behalve naar mijn kinderen, kijk ik ook veel om me heen voor de tekeningen die ik maak. Ik houd ervan om in mijn werk een fijne sfeer te vangen. Ik duik daarvoor vooral diep in de teksten en zoek alle lagen en probeer iets weer te geven van wat daaronder zit. En daarnaast zoek ik om me heen naar kleuren en wat ik als symbolen kan gebruiken om een verhaal te vertellen in beeld wat een schrijver in woorden geschreven heeft.

Hoe zou je eigen stijl het best omschrijven? 

Mijn tekeningen worden meestal omschreven als licht, luchtig en zacht en soms als zwierig. Dat klinkt wel fijn. Ik denk dat ik vooral dat lichte wel echt bewust zoek. Tekenen als een briesje. Ik denk dat ik de loop van de jaren langzaam een vaste tekenstijl heb gevonden. In het begin tekende ik rommeliger en wat statischer. Nu zit er meer beweging in. De laatste tijd zoek ik in mijn grotere tekeningen wat meer naar de eenvoud en suggestie. Van het begin af aan heb ik steeds geëxperimenteerd met dingen wel of juist niet uitwerken. Ik denk dat ik daar de laatste tijd steeds meer in durf.

Wat was je eerste boek waar je illustraties voor maakte? En wat is het meest recente boek waar je aan gewerkt hebt?

Het allereerste boek wat ik mocht illustreren was ‘Ik stuur je de zon’ van Willemijn de Weerd, bij Ark Media. Het was het actieprentenboek van de christelijke kinderboekenmaand van BCB, dus meteen een sprong in het diepe. Ik ben nog steeds heel dankbaar voor de kans die ik daarmee kreeg.

Ik werk op dit moment aan twee boeken. Eén daarvan is een heel gaaf, heel groot project met Annemarie Bon, voor uitgeverij Moon. Zij schreef een heel jaar verhalen over Pip en Polle die opgroeien in een superfijne droomstraat met allemaal leuke mensen. Ik had dit boek zo graag willen voorlezen aan mijn eigen kinderen. Het wordt echt heel leuk – en Annemarie is zo lief en leuk om mee samen te werken. Daarnaast werk ik nu aan tekeningen bij een boek van Wouter Klootwijk voor uitgeverij Leopold met de prachtige titel: ‘De zee hield het lang geheim’, over twee kinderen van een mosselvisser. Eerder mocht ik voor hem ‘Hoog in de boom begint de zomer’ maken. Ik houd heel erg van zijn manier van schrijven die zo fijn, licht en treffend is. Heel mooi eenvoudig. Hij schrijft hoe ik wil tekenen.

Zaterdag
Polle en Pip
de zee hield het lang geheim
droom

Is er een boek dat of misschien wel een specifieke illustratie die voor jou extra bijzonder is?

Voor uitgeverij Ploegsma mocht ik weleens iets maken voor een verhalenbundel. Voor ‘Het grote voorleesboek voor rond de drie jaar’, schreef en tekende ik een verhaal over mijn zoon Hugo die met zijn vader naar de markt gaat en daar allemaal lekkere dingen te eten krijgt. Dat gaat eigenlijk gewoon helemaal over mijn eigen kind. Het is ook precies de route van waar we toen woonden, door de stad en over de markt. Ik vind het altijd wel heel leuk als iemand het over dat verhaal heeft.

In 2014 deed ik mee aan de Lemniscaat illustratiewedstrijd en was ik een van de 12 winnaars met tekeningen bij een zelfbedacht verhaal ‘Drie bruggen’. Dat ging over een rondje fietsen met mijn dochter Nynke, die op de fiets alle dieren wakker roept. Die tekeningen betekenen ook nog steeds veel voor me. Ik maakte toen voor het eerst iets echt zoals ik dat graag wilde. Inmiddels teken ik alweer anders, maar ik zoek die tekeningen soms nog op om er weer wat naartoe te bewegen.

Voor mijn oudste dochter Judith zou ik ook nog een verhaal tekenen – we bedachten dat samen toen ze 5 was – maar dat is al die tijd nog blijven liggen. Inmiddels is ze al 15, maar ik ga het echt nog een keer maken. Ook al tekent zij zelf inmiddels beter dan ik.

De cover die ik tekende voor ‘De zee hield het lang geheim’ betekent ook wel veel voor me, merk ik. Ik ben niet zo snel echt blij met wat ik maak, maar deze tekening vind ik zelf best goed gelukt – het vangt het gevoel van de zee, denk ik. Als ik ernaar kijk, realiseer ik me dat ik vlakbij de zee vandaan kom en dat die altijd een beetje in me zal zitten.

Wat maakt jouw werk uniek?

Ik houd zelf van tekeningen die oorspronkelijk en authentiek zijn – waarin je kunt zien dat het het ‘handschrift’ van de tekenaar is en niet alleen knappe techniek. De stijlen waar ik van houd zijn dan ook heel divers, want iedereen heeft een eigen handschrift en iets anders wat het meest ‘echt’ is. Ik hoop dat ik zelf inmiddels ook in de buurt ben van mijn echtheid en dat mijn tekenstijl in mijn handschrift is. Dat mijn werk uniek is omdat het door ‘Esther’ is getekend zoals alleen ik dat kan.

 

Wat zou je nog heel graag willen uitbrengen?

Ik woon samen met de stadsdichter van Gouda. Hij schrijft heel mooi – licht en klein, waar ik van houd. Toen ik hem leerde kennen en nog voor de liefde, vroeg ik hem of hij ook verhalen schreef, want ik dacht dat we iets moois zouden kunnen maken. Hij zei toen van niet, maar inmiddels zijn we een paar jaar verder en ergens in de tussentijd bedacht hij zich gelukkig. Het plan om samen iets te maken is er nu al langer dan we samen zijn. Nu het juiste moment nog.  

bottom of page