De Zachtmerrie van Marjolein Visser en Thé Tjong-Khing

'De Zachtmerrie' is een verrijking voor de jeugdliteratuur: het blinkt uit in hoop en warmte. Het sprankelt, knettert en raakt door de zorgvuldige opbouw, de krachtige woordkeuze, de bijzondere vertelwijze en de trefzekere beelden van Tjong-Khing. Een onmisbaar boek over de kracht van het omdenken en in het bijzonder het ombuigen van nachtmerries in iets positiefs. Het wuift de nachtmerries niet weg, maar zet ze om in iets zachts en juist dit gegeven maakt het boek troostrijk.
Visser heeft ervoor gekozen kort inleidend te beginnen; ze schetst het begin van het gevoel van de nachtmerrie en het je alleen voelen als je wakker wordt na een nachtmerrie. Een sterke keuze, want het voelt daardoor extra betekenisvol. Vervolgens lees je diverse nachtmerries achter elkaar. Door de nachtmerries echt vertellend te beschrijven, buitel je over de ene nachtmerrie zo in de andere en voelt het ook echt alsof je in een nare droom beland bent. Maar toch wordt het nergens te eng of te spannend. Na wat voorbeelden zie je het woordje OF in de blauwe kleur, waardoor nog duidelijker wordt dat je andere nachtmerries leest en veel van die nachtmerries zullen kinderen op de een of andere manier herkennen. Ze gaan bijvoorbeeld over te laat komen, iets (of jijzelf) valt, een monster dat je achtervolgt. Na die voorbeelden wordt de hoofdpersoon wakker en voel je zijn nare gevoel. Hij schetst nog wat tips van volwassenen die hij onzin vindt en die zijn geniaal en herkenbaar uitgewerkt. Niks helpt, tot er op een avond iets bijzonders gebeurt. Vanaf dat punt ontstaat er langzaam een kantelpunt en komt de Zachtmerrie in beeld. Het verhaal geeft hiermee een ander gevoel: het wordt warmer, liefdevoller, grappiger en troostrijker.
Het contrast tussen de levensechte beschrijvingen van de nachtmerries en de vertelstem die je aan de hand meeneemt en uiteindelijk leert omdenken, is krachtig. De illustraties spelen daarbij een onmisbare rol. Daar waar het verhaal wat donkerder is zijn de illustraties dat ook en daar waar het verhaal grappiger wordt, zijn de illustraties dat ook. Ook al vertellen de woorden soms best iets spannends, de beelden maken het milder. Duidelijk mag zijn dat de soms grappige, maar vooral bijzonder aansprekende illustraties het geheel aanvullen en versterken; ze maken het wat luchtiger. De vormgeving is daarbij ook helpend. De woorden staan soms groot, dan weer klein weergegeven en de regelafstand varieert ook; precies passend in de context, waardoor het boek nog meer in zijn kracht staat.

Zonder dat het heel expliciet naar voren komt, vertelt Visser als het verhaal is afgelopen op basis van welke gesprekken ze dit boek heeft gemaakt. Ze heeft dit boek namelijk met dank aan de kinderen in asielcomplex Ter Apel geschreven. Zij leerden haar iets bijzonders, maar wat dat is, is het verklappen niet waard; dat geeft te veel weg van de clou van het verhaal, dus dat moet je zelf lezen. Deze boodschap maakt dit boek misschien nog wel betekenisvoller en belangrijker.
Dit boek is het meest geschikt voor kinderen vanaf een jaar of 7 en is enorm aan te bevelen bij thema's als dromen, slapen en nachtmerries. Het nodigt uit tot gesprek over wat je bang maakt, wat helpt weer te gaan slapen en hoe iets engs toch iets positiefs kan worden.
Schrijver: Marjolein Visser
Illustrator: Thé Tjong-Khing
Jaar: 2026
Genre: fictie
Leeftijd: 7+
Uitgeverij: Leopold




