De parelduikster van Miriam Bouwens

Bouwens maakte eerder indruk met haar prentenboeken 'Olivia durft' en 'Een kaart voor de liefste'. Nu is daar haar eerste jeugdboek mét eigen illustraties, 'De parelduikster'. De pen van Bouwens werkt betoverend en laat je onderdeel zijn van de wereld van het dertienjarige meisje Lumi op een fijnzinnige wijze. Aan de hand van verfrissende dialogen, soms poëtische zinnen en een ritme dat past bij de sfeer in het boek, weet Bouwens een verhaal te creëren dat binnenkomt. De zorgvuldig opgebouwde wereld geeft het boek een bijzondere diepgang waarin familierelaties, identiteit, vriendschap, je plek in de maatschappij en autonomie op unieke en subtiele wijze samenkomen.
Het allereerste hoofdstuk vertelt heel kort iets over het eiland Anda, waar dit verhaal zich afspeelt. Op deze manier weet je direct dat je te maken hebt met een bijzondere wereld. Hoe verder je komt hoe meer je te weten komt over het leven op dit eiland. Dat dit belangrijk is voor het verhaal wordt al snel duidelijk. Bouwens weet de sfeer en het leven op het eiland heel subtiel te beschrijven en dat is knap; het is echt onderdeel van het verhaal. Elke woordkeuze voelt doelgericht en lijkt belangrijk te zijn voor het gehele verhaal van hoofdpersoon Lumi; een verhaal dat raakt. Lumi voelt zich opgesloten op het eiland en wil de wijde wereld in. Maar ze zit gevangen in de wat sombere wereld op het eiland met eigen regels en gewoonten. Mooi is dan ook het contrast met haar naam; daar is over nagedacht. Je voelt al vrij snel dat het boek om het losmaken gaat van deze gemeenschap. Lumi's innerlijke strijd wordt subtiel én sterk neergezet, waardoor je je als lezer meer en meer betrokken voelt bij Lumi. Met een dominerende vrouw en andere Eilanders die doen wat er gedaan moet worden- de mannen vissen, de vrouwen duiken naar parels- is er geen ontkomen aan. Iedereen heeft zijn taak, want de vissen zijn nodig om te eten en de parels zijn nodig om te kunnen ruilen tegen ander voedsel met mensen van het Vasteland. En juist daar wil Lumi heen: naar het vaste land. Samen met haar oma Esa (die al buitengesloten lijkt te zijn), haar moeder Ayama en vrienden Nore en Olan probeert ze zich staande te houden in een wereld waar ze niet in lijkt te passen. De uitwerking van de band tussen Lumi en oma Esa en de band tussen Lumi en Nore is sterk en verdienen het beide om apart benoemd te worden. Daar waar de band tussen Esa en Lumi veel aandacht krijgt en liefdevol oogt, is de band tussen Nore en Lumi subtiel beschreven; je mag als lezer veel zelf invullen en toch heb je net genoeg informatie om een compleet beeld te vormen. Uiteindelijk werkt het verhaal toe naar toch wel een verrassend einde, ondanks dat je het deels voelt aankomen.

De soms beeldende taal past goed bij de setting van dit boek. Sterk daarbij is dat meerdere poëtische zinnen vaker voorkomen, zodat ze minder moeilijk of zweverig aanvoelen, maar juist betekenis krijgen. Vooral de woorden die Bouwens geeft aan het leven van en rond de zee, zijn essentieel. Daarbij versterken en verdiepen de vele vooral zachte en warme illustraties de sfeer; de ene keer zijn ze gevoelig, zoals de omarming van Lumi en Nore, de andere keer sferisch zoals de illustratie die beelden geeft aan het verhaal dat Esa voorleest aan Lumi. Maar ook de illustraties van schelpen, veren of schatten uit Esa's verzameling zijn een fijne toevoeging. De warmte, de liefde en de contrasten in dit boek heeft Bouwens perfect in beeld gebracht met haar zachte en fijne pentekeningen. In alle opzichten is een rijk boek.
Auteur: Miriam Bouwens
Jaar: 2026
Genre: fictie
Leeftijd:11+
Uitgeverij: Ploegsma




