Schrijver aan het woord
Hans en Monique Hagen over 'Daar ben je'...

© foto Renske Derkx
Wij begonnen gedichten te schrijven toen onze dochter Imme twee was. De ideeën kwamen haast vanzelf, omdat Imme, zoals alle peuters, allerlei grappige dingen deed of zei. Monique droomde een keer dat ze een koekje at. Imme sliep die nacht bij ons in bed - ze werd ineens wakker en riep: ‘Mama, ik wil ook een koekje!’ Dank je wel, Imme, voor het idee voor het gedicht Oor tegen oor. Het staat in onze bundel 'Lichtjes in je ogen': ik hoor wat je denkt / denk nog even door / blijf stil bij me zitten / oor tegen oor.
Over het eerste jaar van onze dochter hebben wij nooit geschreven. Als kersverse, onwennige ouders hadden we wel wat anders aan ons hoofd. Door onze kleindochters kregen we een prachtige herkansing om alles nog eens mee te maken – met wat meer afstand en ervaring. In de bundel 'Daar ben je' hebben we de hoogte- en dieptepunten van dat bijzondere eerste levensjaar in woorden gevangen.
Meestal schrijven we in de ik-vorm, vanuit het perspectief van een kind. Maar een pratende baby klinkt al gauw potsierlijk en flauw. 'Daar ben je' is onze enige bundel waarin de ik-figuur een volwassene is, een ouder of grootouder. Dit poëzie-prentenboek gaat over de eerste 12 maanden die in het teken staan van luiers, krampjes en knuffels, het ontdekken van woordjes en heel veel slapen, of juist niet...
Het titelgedicht schreven we voor het geboortekaartje van onze oudste kleindochter. Fluisterlied, het laatste gedicht, stond op het kaartje van de middelste.
Charlotte Dematons heeft het boek en de geboortekaartjes voorzien van fantastische illustraties. Ook in 'Daar ben je' heeft ze allerlei bestaande schilderijen verstopt. Bij het gedicht Banana schildert ze een variatie op het laatste avondmaal – maar dat valt lang niet iedereen meteen op.

