Hilde Peters
'Ik blijf het waanzinnig vinden dat je álles wat je kunt bedenken, kunt tekenen. Gewoon een leeg, plat papier wordt met een paar lijnen en vlakken een complete wereld! En dan ziet het er bij elke tekenaar ook nog eens compleet anders uit. Dat is toch geweldig!'
Hilde Peters is een illustrator die nog maar net naam maakt. In 2025 verscheen haar eerste prentenboek Kom maar, kipjes! en zij illustreerde in datzelfde jaar een prentenboek voor Edward van de Vendel, namelijk Olifantje Obi. Haar werk wordt gekenmerkt door stevige en soepele lijnen met een zekere trefzekerheid. De kleuren zijn sprekend, maar stralen een zachtheid uit waardoor haar werk jongere kinderen aan zal spreken, maar vooral de vaak grappige details zullen kinderen in haar werk laten opgaan. Een nieuwe illustrator van wie het werk opvalt, vraagt erom in het zonnetje gezet te worden.

Kun je in het kort iets over jezelf vertellen?
Er wordt wel eens gezegd dat mijn leven eruitziet als een prentenboek: samen met mijn vriend en twee dochters (7 en 11) en drie katten woon ik in een houten huis aan het spoor midden in Utrecht, met in de tuin boomhutten en scharrelende kippen. Mijn eigen omgeving en het dagelijks leven zijn dan ook mijn grote inspiratiebronnen. Zo gaven onze kippen me bijvoorbeeld het idee voor mijn prentenboek Kom maar, kipjes! Als we onze deur eventjes open laten staan, sneaken ze graag stiekem ons huis binnen en zoeken dan een plekje -bij voorkeur een zachte stoel of knusse kast- om te nestelen. Of ze pikken wat brokjes uit de etensbakjes van de katten… Heel ondeugend en grappig. Daar zit een verhaal in!
​
Naast illustrator ben ik ook vakdocent beeldende vorming in het basisonderwijs, ik geef dus kunstlessen op basisscholen. En nu ik boeken maak, ga ik ook steeds vaker met mijn eigen boeken de klassen in, dat is heel erg leuk.
Ik ben naast maker van - ook een groot liefhebber van kinderboeken. Ik lees nog altijd graag jeugdliteratuur en verzamel prentenboeken die ik mooi of interessant vind. De planken van de boekenkasten in mijn atelier buigen door. Als puber werd ik geraakt door de illustraties in de dichtbundel: Jij bent de liefste, van Marit Törnqvist. Haar illustraties inspireren me nog steeds enorm. Toen is de liefde voor prentenboeken eigenlijk ontstaan. Als kind smulde ik van de zoekplaten van Thé Tjong Khing in Hier ga ik naar toe/ Hier zit ik op en van verhalen als De Pozzebokken, met tekeningen van Peter Vos.
Een van mijn lievelingsboeken van nu is Waar is Ludwig? van Floor Rieder. Een leporello in de vorm van een huis, waarin aan beide zijden het verhaal vanuit een ander perspectief verteld wordt. Dat zit zo vernuftig in elkaar en laat me altijd hardop lachen.
Hoe ben je illustrator geworden?
Tekenen is altijd een vanzelfsprekende manier van expressie voor mij geweest. Sinds ik als puber begon met prentenboeken verzamelen, heb ik ook de wens gehad om er zelf een te maken. Maar na de middelbare school koos ik anders: ik heb eerst de pabo gedaan en daarna de docentenopleiding aan de kunstacademie. En alhoewel ik me met veel plezier bezig heb gehouden met kunsteducatie en het lesgeven, bleef de droom om illustrator te worden op de achtergrond aanwezig. Ik tekende nog steeds graag maar niet regelmatig.
​
Toen ik de cursus ‘Prentenboeken Illustreren’ volgde bij Venster Academie van illustrator Ellen Vesters viel het kwartje: Dit doe ik echt het aller-allerliefste, ik wil hier mee door. Ellen vertelde toen dat zij ging starten met een nieuwe opleiding: 'Beeldverhaal'. Precies raak voor mij. Ik heb die kans gegrepen en heb een jaar lang de meest geweldige lessen gehad. Tijdens de afstudeerexpositie in het Kinderboekenmuseum werd mijn werk opgepikt door een uitgeverij en zo is het balletje gaan rollen. Dit is dus eigenlijk pas mijn tweede jaar als illustrator. Ik voel me een geluksvogel dat het zo is gelopen.
Hoe ga je te werk?
Ik begin een nieuw project meestal met een beeld in mijn hoofd dat ik vervolgens als schets op papier zet. Ik ben een sudderaar, ik heb tijd nodig om te broeden. Ik zit dan vaak voor me uit te staren maar ben in mijn hoofd heel druk bezig met verhaalontwikkeling, personages, woorden, enzovoorts. Ik zoek dan denk ik naar dat ene idee waarvan ik voel: dat is ‘m! Vanuit daar werk ik het storyboard verder uit met kleine schetsjes. De tekst komt bij mij meestal als laatste. Ik vind het belangrijk dat mijn illustraties een duidelijk verhaal op zichzelf vertellen, de tekst is daar ondersteunend bij.
Ik werk sinds ik boeken maak het liefst volledig analoog. Vaak begin ik met een laag ecoline of inkt. Daar zet ik dan mijn lijnen op met Oost-Indische inkt en kroontjespen. Die methode zorgt ervoor dat ik wat losheid uit mijn schetsen kan behouden. Dan gebruik ik gouache en kleurpotlood om de illustratie verder uit te werken. Ik vind het fijn om in lagen te werken, om een foutje te kunnen maken en daar dan weer overheen te kunnen werken.
Ook lijntekeningen met pen en inkt vind ik heerlijk om te maken.
De inspiratie voor mijn verhalen haal ik uit het dagelijks leven. Vaak gaat het erover hoe alles meestal hetzelfde gaat, en wat er gebeurt als het dan een keer anders loopt. Iets onverwachts toevoegen aan de dagelijkse gang van zaken. Mijn kinderen en hun belevenissen geven me ook altijd ideeën, ik heb twee Ronja’s/Pipi’s voortgebracht dus er is altijd iets te beleven. Qua illustraties put ik veel inspiratie uit mijn boekenkast. De boeken waar ik een beetje jaloers van word inspireren me het meest.
Ook houd ik een schetsboek bij waarin ik teken naar de waarneming. Mensen op straat, spelende kinderen, omgevingen… Het is heerlijk om in die schetsboeken te spelen met kleur, materiaal en composities. Sowieso is het allemaal oefening en het legt een soort beeldbank aan voor mijn illustraties.


Wat vind je een van de leukste dingen aan het maken van een kinderboek?
Ik blijf het waanzinnig vinden dat je álles wat je kunt bedenken, kunt tekenen. Gewoon een leeg, plat papier wordt met een paar lijnen en vlakken een complete wereld! En dan ziet het er bij elke tekenaar ook nog eens compleet anders uit. Dat is toch geweldig!
Het maken van een prentenboek kan soms ook best ploeteren zijn, het is een heel proces. Maar er zijn dagen bij dat het allemaal lijkt te kloppen. Dat ik totaal in het verhaal zit en de wereld die ik wil creëren op papier lijkt te vliegen. Ik kan dan moeilijk stoppen en werk uren achter elkaar door, vergeet even alles om me heen.
​
Ik verstop graag grapjes in mijn illustraties. Als ik dan zelf grinnikend achter het papier zit, weet ik dat ik iets maak waar de lezer(tje)s ook blij van kunnen worden.



Hoe zou je eigen stijl het best omschrijven?
Ik denk dat ik altijd al wel een herkenbaar handschrift heb. Mijn lijnen zijn stevig en soepel, ik teken met een bepaalde trefzekerheid. Waarin ik me heb ontwikkeld de afgelopen jaren is hoe ik tot een complete illustratie kom. Van schets naar eindwerk. De werkwijze die ik nu heb, heb ik pas ontdekt tijdens het uitwerken van Kom maar, kipjes!
​
Ik ben denk ik ook steeds gedetailleerder gaan werken. Mijn prentenboeken bevatten echte zoekplaten, met veel kleine details en boordevol dingen om te ontdekken voor de lezer. Ik geniet er erg van om dat uit te werken met een minipenceeltje en scherp geslepen potloden. Dat had ik niet verwacht, dat ik dat priegelen zo leuk zou vinden.
​
Mijn werk is sowieso nog in beweging, ik zie bij elk project weer veel verschil. Het wordt elke keer iets zelfverzekerder.
​
Wat was je eerste boek waar je illustraties voor maakte? En wat is het meest recente boek waar je aan gewerkt hebt?
In 2025 debuteerde ik met mijn eigen prentenboek Kom maar, kipjes!
Daarna maakte ik de illustraties bij een verhaal van Edward van de Vendel: Olifantje Obi. Dat was de eerste keer in opdracht werken, en meteen een bijzonder project. Obi is onderdeel van een reeks boeken voor jonge kinderen die diversiteit in het dierenrijk als thema hebben. Een eer om aan te mogen meewerken.
​
Op dit moment ben ik met twee projecten tegelijkertijd bezig: een verhalenbundel bij de Kinderboekenweek, met 10 verhalen van verschillende schrijvers, waarvoor ik zwart-witte lijntekeningen maak. Dat is voor het eerst, en ik vind het heerlijk om te doen. En… in augustus verschijnt er weer een eigen prentenboek, met een nieuw verhaal over Klaartje en haar 10 kipjes!
Is er een boek dat of misschien wel een specifieke illustratie die voor jou extra bijzonder is?
Deze specifieke illustratie (zie afbeelding hiernaast) was de eerste waarvan ik zelf het gevoel had: dit klopt, dit wil ik laten zien. En is onder bijzondere omstandigheden tot stand gekomen. Want een paar weken vóór de afstudeerdeadline van Venster ben ik van mijn fiets gevallen en brak ik mijn arm - gelukkig niet mijn tekenarm. Maar wel ernstig, ik heb maanden moeten revalideren. Maar dat eindproduct voor de opleiding, dat moest er komen! Ik móest de opleiding afronden en mee kunnen doen aan de eindexpo. Zodra ik weer rechtop kon zitten heeft ateliergenoot Irene de Kroon me elke dag opgehaald en naar onze werkplek gebracht. Daar werkte ik stug door aan mijn eindproduct, dat toen nog Oh, kipjes! heette. Het lijkt wel alsof het ongeluk me een extra zet heeft gegeven, want het verhaal en de schetsen knalden er in 3 weken uit. Deze illustratie hing een paar weken later in het Kinderboekenmuseum, en het verhaal dat er bij hoorde is uiteindelijk mijn debuut Kom maar, kipjes! geworden.
​
Wat maakt jouw werk uniek?
Ik hoop dat er aan mijn illustraties te zien is dat ze met plezier gemaakt zijn. Ik breng denk ik een bepaalde luchtigheid, ik stop er graag humor in. Dat zit ‘m in de kleine verstopte details, maar ook in de gezichtsuitdrukkingen of houdingen van mijn karakters. Verder vind ik de materialiteit in mijn werk ook typerend, dat de verfstrepen en potloodstrepen te zien zijn. Dat geeft mijn werk iets warms en toegankelijks.
Wat zou je nog heel graag willen uitbrengen?
Ik heb met mijn grote droom - een eigen prentenboek - mogen debuteren, dat was ongelooflijk fantastisch. En ik ben voor mijn gevoel nog lang niet klaar met Klaartje en haar kipjes, dus wie weet wat voor avonturen daar nog volgen. Er borrelen sowieso nog meer ideeën voor prentenboeken. Maar het bevalt me daarnaast ook erg goed om in opdracht te werken, wie weet met wie ik nog meer mag samenwerken. Ik sta pas aan het begin… Dus ik ben heel benieuwd wat er nog komt!




