Lisa van Winsen
‘Het is een soort ontdekkingsreis naar een onbekend land. Een land dat ik zelf mag maken, zoals ik die voor me zie, of zoals ik die wil zien.’
Al sinds Lisa een klein meisje was, tekende ze de hele dag. Ze wist dat dat iets was waar ze meer mee wilde doen. Nu heel wat jaren later, staat haar naam als illustrator of auteur al op meerdere kinderboeken. Met haar kleurrijke en speelse illustratie weet Lisa kinderen haar wereld in te trekken. Haar werk bruist van de fantasie. Doordat Lisa technieken combineert, valt haar werk op. Misschien ken je haar werk wel van ‘Idje wil niet naar de kapper’ (2019), ‘Mila’s Vonk’ (2021) of ‘De Boebalas’ (2023) maar als je de bundel ‘De kikkerbilletjes van de koning’ van Janneke Schotveld kent, dan ben je haar werk al eerder tegengekomen, namelijk in 2018. Haar werk valt op door de vele kleuren, het grote fantasiegehalte en de speelse vormen en lijnen.
Als er iets is waar Lisa’s illustraties aan te herkennen zijn, is het naast het kleurgebruik wel de plek die diversiteit en inclusie heeft. Lisa zet zich namelijk actief in voor diversiteit en inclusiviteit en dat is op meerdere manieren goed te zien aan haar werk.
Over Lisa
Lisa woont in Rijswijk met haar man, 2 dochters en bejaarde poezen. In de zomer van dit jaar (2026) verruilen zij het Zuid-Hollandse Rijswijk voor het Gelderse Druten. Naast haar werk als illustrator vindt ze het heerlijk om in haar eigen moestuin te werken. Het één zijn met de natuur en de dieren geeft haar veel ontspanning. Ook leest ze graag, onder andere fantasy en historische romans. Op dit moment is haar favoriete kinderboek ‘Wild’ van Emily Hughes. Lisa geeft aan dat ze haar illustraties mooi getekend vindt en haar stijl sprekend en ongeremd. Als kind las ze vroeger graag ‘Donkerlokje en het land van licht’ van Herman van Veen en Roger Hendriks en ‘Ronja de Roversdochter’ van Astrid Lindgren. Als illustrator bewondert ze het werk van vele anderen, maar vooral van de Française Amélie Fléchais, de Engelse Fraya Hartas en de Italiaanse stripauteur Allessandro Barbucci.
Opleiding
Vanaf al heel jong wist ze al dat ze iets met tekenen wilde doen, ze was namelijk altijd bezig met tekenen. Na de middelbare school koos ze voor grafische vormgeving, wat je ook nog wel terug kunt zien in een aantal boeken van Lisa. Na deze opleiding heeft ze nog Illustratie gestudeerd aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Nadat ze afstudeerde als illustrator had ze nog niet het gevoel dat ze klaar was om als illustrator te werken: ‘Ik was nog bezig met het ontwikkelen van mijn stijl en ik was ook heel onzeker over mijn werk. Daarom ging ik als vormgever aan de slag.’ Dat heeft ze een aantal jaar gedaan, maar het maakte haar niet gelukkig en daarom is ze op een gegeven moment gestopt. Omdat ze daarna echt niet wist wat ze nou precies wilde, zat ze een tijdje zonder werk. In die periode kreeg ze twee dochters en stortte ze zich volledig op het moederschap. ‘Ik wilde nog steeds graag illustrator worden en begon weer meer te tekenen. Via mijn zus kwam ik in contract met iemand die mij over het Rose Stories Kinderverhalentraject vertelde.’ Toen ze zich hiervoor aanmeldde in 2018, is ze uitgekozen om mee te doen aan de workshops en opdrachten. Tijdens dit traject werkte ze samen met begeleiders en grote namen in kinderboekenland Mark Janssen, Mylo Freeman en Milja Praagman. De leermomenten tijdens dit gehele traject hebben ervoor gezorgd dat ze zichzelf opnieuw kon ontwikkelen. Ze gooide het roer om en ging in plaats van digitaal te werken alles met de hand doen. Met succes, want dit leidde tot haar eerste kinderboek ‘Idje wil niet naar de kapper!’ dat ze samen maakte met Michael Middelkoop. Ze zegt hierover: ‘Het was zo nieuw voor me, een boek illustreren, maar het verhaal was zo leuk dat ik het goed voor me kon zien hoe het moest worden. Het is nog steeds een van mijn favorieten.’








Het maken van een kinderboek
Lisa veranderde dus na het doen van het Kinderverhalentraject van manier van werken. Toch blijft ze graag gevarieerd bezig: ‘Ik heb het altijd leuk gevonden om met verschillende technieken te werken, met potlood, acryl en waterverf, of een combinatie van analoog met bewerking op de computer’. In 2020 veranderde ze weer van werkwijze. Ze is gaan illustreren met de IPad waar ze het meeste mee werkt op dit moment. Maar het blijft nog altijd kriebelen om weer met verf aan de slag te gaan.
Lisa doet niet alles met de IPad. Als zij aan een illustratie of aan een boek begint, start ze altijd haar schetsboek. Met potlood maakt ze heel veel schetsen om te ontdekken hoe de karakters eruit gaan zien. ‘Vaak doe ik ook onderzoek, hoe mensen er met een bepaald etniciteit uitzien, wat voor kleren ze droegen als het in het verleden afspeelt bijvoorbeeld en hoe een omgeving of object eruit ziet. Dus die beginfase is ook veel verdiepen.’ Na deze beginfase scant ze de schetsen in om deze verder uit te werken op de IPad. Ze maakt dan ook kleurproeven en – paletten van de karakters en de omgeving. Als ze een boek maakt, werkt ze net een beetje anders: ‘Met een boek maak ik ook eerst een storyboard, zodat je een overzicht hebt van kleine kleurschetsjes die laten zien hoe de pagina’s eruit zullen zien.’
Inspiratie haalt Lisa uit werk van anderen. Ze gaat graag naar bibliotheken om daar langs alle boeken te struinen, maar ze doet ook online ideeën. ‘Ook kijk ik veel om me heen, naar mensen, dieren en natuur, en dat sla ik dan in mijn hoofd op voor later om te tekenen. Vaak ook onbewust. Het is een soort spier die je traint, het observeren en plaatjes in je hoofd opslaan, om er later met mijn verbeelding iets anders mee te creëren.’
Het leukste van dit werk vindt Lisa het bedenken en creëren, de beginfase van het maken van een kinderboek dus. Fijn aan deze fase is dat alles nog mogelijk is, dat karakters nog vorm moeten krijgen en dat beelden en werelden nog moeten ontstaan: ‘Het is een soort ontdekkingsreis naar een onbekend land. Een land dat ik zelf mag maken, zoals ik die voor me zie, of zoals ik die wil zien.’
Lisa's boeken
Inmiddels staat Lisa’s naam op meer dan tien kinderboeken en dat worden er nog meer. Een boek dat extra speciaal is voor Lisa is ‘Mila’s Vonk’. Dit boek is het eerste boek dat ze zelf heeft geschreven en geïllustreerd. Meest bijzonder is het feit dat ze dit boek gebaseerd heeft op haarzelf en haar dochter. Ze zegt daarover: ‘Het gaat over de kracht van verbeelding en hoe belangrijk dat is voor kinderen. Het maakt de wereld een stukje mooier, en het schept mogelijkheden in plaats van beperkingen. Als kinderen te horen krijgen dat iets niet mogelijk is, dan zullen ze het nooit proberen. En ik zou juist willen dat ze het wel doen, dat ze out-of-the-box denken, durven dromen.’
Meer over Mila’s Vonk en twee andere boeken waar Lisa illustraties bij maakte, lees je hieronder.
In dit boek wandel je mee met Mila naar school. Die tocht naar school is behoorlijk bijzonder. Je merkt al snel dat Mila een vonkje magie in zich heeft. Lisa legt goed helder uit wat voor een soort vonkje dat is. De tekst én de illustraties versterken elkaar en maken de betekenis van het vonkje goed inzichtelijk. Je krijgt als voorbeeld allerlei mooie vonkjes magie en dus fantasie voorgeschoteld. En wat blijkt, Mila is niet de enige die dit heeft of kan. Haar vriend Kishen beleeft samen met Mila de grootste avonturen. Gezien de plek waar ze samen in een boom zitten, kun je ervan uitgaan dat Mila op school is aangekomen. De start van het verhaal lijkt toe te werken naar een verhaal over alleen de tocht naar school waar ze van alles meemaakt, maar doordat ze ineens op school lijkt te zijn, is het boek wat minder voorspelbaar dan je denkt. De avonturen zijn heel mooi, haast magisch in beeld gebracht en heel divers. Het magische zit voornamelijk in de kleuren en de elementen die zijn afgebeeld, een soort sprookjesachtige fantasiewereld. In alles merk je dat Lisa daarbij aandacht besteedt aan inclusie.
Als drie zussen bij hun Ghanese oma op bezoek zijn en aan tafel gaan, hopen ze op wat lekkers, bijvoorbeeld de drie P's. Helaas voor hen schotelt oma ze wat anders voor, iets wat ze nooit hebben gehad. Na de eerste hap hebben ze al geen zin meer. Oma snapt het niet en roept het monster Boebalas met een spannende spreuk, want dat is vast de reden dat ze het nog niet lekker vinden. Plotseling staat daar de grote Boebalas in huis, die de kinderen meeneemt op smaakavontuur. Die reis daarna is prachtig weergegeven door de kleurrijke, vrolijke, veelal grote tekeningen van Lisa; ze zorgen voor een sfeervol geheel. De gezichtsuitdrukkingen laten goed zien wat de kinderen, wat oma én wat de Boebalas vinden. Je hebt echt het idee dat de kinderen op reis gaan.
Het meisje met de zaadjes in het haar
In 'Het meisje met de zaadjes in het haar' word je door een verteller meegezogen het verhaal in van het meisje Yaa. Waar het eerst een rustige, zachte wereld leek, die in woord en beeld sterk uit is gewerkt, is er op een gegeven moment een kantelpunt. Dat kantelpunt is uiterst zorgvuldig in de beelden uitgewerkt. Het donkere en dreigende wordt 'iets' genoemd en krijgt geen specifieke naam. Toch maken de illustraties het 'iets' heel goed inzichtelijk. De kleuren worden donkerder, wat grijzer en de vijand is als een silhouet neergezet; een boze en dreigende, maar wel heel subtiel. Yaa moet met haar moeder naar een vreemd land en daar moet ze hard werken; zo hard dat alle herinneringen aan vroeger lijken te verdwijnen. Totdat ze ineens weer beseft dat ze verborgen schatten in haar vlechten heeft: zaadjes. Deze zaadjes lichten op een gegeven moment op en sturen het verhaal. Die zaadjes zijn een teken van hoop en dat teken is prachtig in beeld gebracht.
Het samenspel tussen tekst en beeld is erg goed. De illustraties van Winsen vullen de gaten; ze verdiepen het verhaal en de woorden maken het alsof je luistert naar een verteller. De kenmerkende zachte vormen, de sprekende gezichten en het kleurverloop geven dit boek een warme, troostende sfeer. Het spel dat Winsen speelt met licht, schaduw en contrasten is indrukwekkend. Het doordachte kleurenspel versterkt dat effect en maakt de illustraties bijzonder krachtig.





Toekomstplannen
De toekomst en waar het heen gaat met de wereld beangstigd haar soms en dan met name wat betreft het milieu: ‘Er is verandering nodig, en bewustwording, hoe we het beter kunnen doen. Ik zou me daar voor willen inzetten, door dat bijvoorbeeld via een boek over te brengen aan kinderen en ouders. Het gaat om hun toekomst. Zo gaat ‘het Rommelmonster’, dat ik ook heb geschreven, ook over het milieu, maar ik denk dat mensen meer handvatten nodig hebben. Ik wil kijken wat ik daar in kan betekenen.’ Op het moment werkt ze aan een nieuw boek met schrijfster Nancy Bosmans, ‘Zachter dan Zout’. Samen maakten ze al het succesvolle ‘De Boebalas’.
‘En sowieso wil ik blijven tekenen! Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit nog iets anders zal gaan doen.’

