top of page
Marianne van der Walle

'Het allerleukst aan het maken van een kinderboek is als ik heel vrij word gelaten. Dan kan ik helemaal losgaan en doen waar ik zin in heb. Dan gaat mijn fantasie stromen en komen er vaak de leukste ideeën naar boven.'

Inmiddels staat de naam Marianne van der Walle op en in steeds meer kinderboeken. Ze maakt niet alleen het omslag, maar vaak ook illustraties. Zo is het omslag van 'Hongertocht' (2026) van Kim Bekkers er een dat gelaagd is en veel vertelt. Maar ook maakte ze grappige en speelse illustraties voor het recent verschenen boek 'Oma Tineke terug naar groep 3' (2026) van Ronnie van Veen. De prenten in het prentenboek 'Louis Paraplouis' (2024) maken het boek helemaal af; het spel dat Van der Walle speelt met contrasten en kleur is ijzersterk. Haar werk valt op doordat ze verschillende technieken en materialen combineert. Opvallend is dat ze afwisselend op papier of digitaal werkt. Dan zie je weer duidelijke potloodlijnen en in andere boeken herken je digitale technieken. Maar in al haar werk zit een vorm van gelaagdheid en herken je een veelzijdig kleurenpalet Je ziet aan alles dat haar illustraties sprankelen en meer vertellen dan je in eerste instantie denkt. 

Marianne van der Walle
Cover Hongertocht

Kun je in het kort iets over jezelf vertellen?

Ik woon samen met mijn vriend, onze twee zoons en onze poes in Nijmegen. We hebben een heel fijn huis wat ook meteen mijn werkplek is. Eigenlijk werk ik in een voormalige inloopkast. Een heel klein plekje waar alleen ik en mijn spullen inpassen, wel met een heel groot raam, dus het is er lekker licht. In mijn kamer ben ik omringd door werk van andere illustratoren die ik mooi vind én uiteraard met eigen schilderwerk, dus het is een heel kleurrijke kamer.

Naast illustraties maken, run ik ook een huishouden. Dus ik doe vaak de was, ruim op, maak de wc schoon, ik stofzuig best vaak want we hebben dus een kat en uhh.. oo wacht, dit is natuurlijk niet interessant om te lezen. Naast illustreren ben ik vaak in onze tuin te vinden en ons kasje waar ik kruiden en groenten kweek en ik heb nog een soort losse moestuin in de buurt waar ik mooie bloemen laat groeien. Lezen doe ik ook iedere dag en ik houd van koken dus probeer ik regelmatig nieuwe gerechten uit en ja, ik zal het maar eerlijk zeggen: ik houd ook heel erg van tv kijken. Dat doe ik dus ook regelmatig.

Ik lees zelf vooral volwassen verhalen, het liefst waarin er een flinke portie ellende gebeurt of waarin het schuurt tussen mensen, tja sorry. Maar ik lees ook graag voor aan mijn kinderen en vond de Harry Potter boeken qua verhalen erg leuk om voor te lezen, maar ook The Hunger Games.


Als kind vond ik alle verhalen van Roald Dahl heerlijk. Ik weet het nog heel goed: onze meester van Lith, van groep 5/6, kon voorlezen als de beste en als hij een boek voorlas van Roald Dahl (het was denk ik ook zijn favoriete schrijver) hing ik aan zijn lippen. Het venijn in 'De Griezels', of de spanning bij 'De Heksen', dat vond ik ongekend! Later toen ik op de middelbare school zat ben ik veel boeken van Stephen King gaan lezen en andere horror/thriller verhalen.
 

Hoe ben je illustrator geworden?

Als kind tekende ik heel veel. Ik had nooit moeite om onderwerpen te bedenken, dat gebeurde gewoon vanzelf. Ik vond het ook het leukst als we op school een verhaal moesten schrijven (een opstel heette dat geloof ik) en dat we daar dan een tekening bij mochten maken. Dan ging ik helemaal los. Ik vond het leuk, ik deed het veel en kreeg er veel complimenten over dus dat maakte dat ik steeds meer zelfvertrouwen kreeg en er ook steeds beter in werd als kind.

Toch ben ik uiteindelijk leerkracht in het basisonderwijs geworden. Ik weet nu achteraf niet meer zo goed hoe dat is gebeurd, maar illustrator worden ‘als beroep’ is nooit in me opgekomen. Ik heb elf jaar als leerkracht gewerkt en ben toen een aantal jaar wat anders gaan doen. In de tussentijd en met name in de avonduren ben ik toen weer gaan tekenen en heb ik best wat online tekencursussen gevolgd. Hier werd ik ZO blij van dat er weer een vuurtje voor dat tekenen begon te branden.


Ik heb in die jaren veel werk gemaakt en stuurde dat met regelmaat naar allerlei uitgevers en agency’s. Een aantal jaar later werd ik toen voor het eerst gevraagd voor een boek bij een ‘echte’ uitgeverij en zo is het balletje gaan rollen.

Naast het illustreren van kinderboeken, illustreer ik ook regelmatig voor tijdschriften. Die afwisseling vind ik wel leuk.

Werkplek
Louis Paraplouis
Schets honden Ict

Hoe ga je te werk?

In die kleine kledingkast die dus mijn werkruimte is, heb ik alles bij de hand: verf, kwasten, papier, een scanner, mijn computer, een Ipad en een zit-sta-bureau.


Voor het ene project schilder ik alles op papier waarna ik het inscan en het bewerk op mijn Ipad. Bij andere projecten werk ik volledig digitaal. Dit is een beetje afhankelijk van hoeveel tijd ik voor een opdracht krijg/heb en wat de sfeer is waarin de illustratie moet worden. Als ik digitaal werk probeer ik wel altijd structuur en veel licht/donkerte te verwerken, ik houd zelf helemaal niet van ‘plat’ werk.


Mijn inspiratie haal ik van foto’s en/of of Pinterest. Mooie kleurencombi’s zie ik soms in tijdschriften of in kleding en dan denk ik; hé, even uitscheuren of een foto van maken.


Ik word ook geïnspireerd door andere illustratoren, bijvoorbeeld door hun losse stijl, of het gebruik van schaduw en lichtbronnen. Toch probeer ik hier niet te veel naar te kijken om zoveel mogelijk bij mijn eigen stijl te blijven.
 

Wat vind je een van de leukste dingen aan het maken van een kinderboek?

Het allerleukst aan het maken van een kinderboek is als ik heel vrij word gelaten. Dan kan ik helemaal losgaan en doen waar ik zin in heb. Dan gaat mijn fantasie stromen en komen er vaak de leukste ideeën naar boven. Wat ik ook fijn vind aan kinderboeken maken is dat het vaak hele kleurrijke illustraties zijn die je mag maken. Een flinke portie humor in een verhaal vind ik ook tof om mee aan de slag te gaan.


Een nadeel van het proces van het maken van een prentenboek vind ik de schetsen die vooraf gemaakt moeten worden. Kijk, natuurlijk, ik snap dat de schrijver en de uitgever willen zien wat ik ga maken en hoe dat er ongeveer uit gaat zien. Maar ik ben best een slechte schetser én ik merk in het uitwerken van de illustraties dat ik soms ineens toch dingen wil veranderen of dat ik andere ideeën krijg en dan kun je dat niet zomaar ineens meer toepassen.

Hoe zou je je eigen handschrift omschrijven?

Het omschrijven van je eigen stijl vind ik altijd een lastige. Ik denk als ik het in steekwoorden mag omschrijven: sferisch, gelaagd, kleurrijk en soms best realistisch. Die stijl is zeker wel veranderd de afgelopen jaren.

Zo heb ik elke dinsdagavond schilderles (al zo’n 3 jaar) en ik merk dat dat ook langzaam is gaan doorvloeien in mijn illustraties. We schilderen best veel realistische werken die we in verschillende stappen op het doek zetten. Dit doe ik nu ook vaak in mijn illustraties. Ik gebruik nu meer ondertonen en verschillende lagen in allerlei andere kleuren waardoor mijn illustraties ook meer gelaagdheid en diepte krijgen.


Kijk, ik heb geen opleiding gevolg om illustrator te kunnen worden, dus ik doe vaak maar wat. Maar de technieken die ik leer bij de schilderles hebben mij heel erg geholpen.

Wat was je eerste boek waar je illustraties voor maakte? En wat is het meest recente boek waar je aan gewerkt hebt?

Het eerste boek dat ik mocht illustreren was 'Het Grote Goede Manieren boek' van Nathalie Depoorter, uitgegeven door Clavis. En het laatste boek dat is uitgekomen is 'Oma Tineke terug naar school', geschreven door Ronnie van Veen, uitgegeven door Luiting-Sijthoff

Personal work_Fairytale Forest
Louis Paraplouis cover
Published Book_Clavis Belgium
Game over

Is er een eigen boek dat of een specifieke illustratie die voor jou extra bijzonder is? 

De illustraties die ik maakte voor het boek 'Game over, alles over doodgaan' vond ik bijzonder om te maken. De thematiek van dit boek gaat over ziek worden, ziek zijn en uiteindelijk doodgaan. Niet zo doorsnee dus. In eerste instantie had ik wel een idee hoe ik de illustraties qua sfeer wilde maken, maar toen de teksten binnenkwamen moest het soms heel specifiek worden. Dus iemand die opgebaard ligt bijvoorbeeld, of iemand die kanker heeft en chemo krijgt. Qua inspiratie heb ik hier veel voor op het internet gezocht. Tja, en soms ben ik een keer zelf op bed gaan liggen met m’n handen gevouwen en een rolletje onder mijn kin om een beeld te krijgen hoe dat dan precies eruit ziet. Dat is overigens ook vaak hoe ik aan mijn beelden kom: ik maak heel veel foto's tijdens het schetsen van mezelf die ik gebruik om de verhoudingen goed te krijgen van het lichaam. Zo heb ik al eens vastgebonden gelegen in mijn woonkamer voor een spannend boek, heb ik zwaar gevochten met de lucht en heb ik voor een yogarubriek in de meest benarde houdingen gelegen, ha ha.


Uiteindelijk ben ik heel trots op de illustraties in dit boek en de balans tussen realistisch beeld en speelse illustraties.

Wat zou je nog heel graag willen uitbrengen?

Misschien ooit een eigen prentenboek dat ik zelf geschreven heb. Maar ik ben totaal geen schrijver dus dat kan nog heel lang gaan duren, ha ha. En een kookboek met wat meer grafische illustraties lijkt me ook wel wat.

bottom of page