Mark Janssen
'Ik benader het prentenboek maken als een kunstvorm die mezelf veel genoegdoening geeft, maar waarvan ik hoop dat ik ook iets de wereld in stuur wat enigszins door anderen ook wordt gewaardeerd als ze het lezen en bekijken'
Als je je logo en banner laat ontwerpen door illustrator Mark Janssen kun je natuurlijk verwachten dat hij ook een keer in het zonnetje wordt gezet op deze site. Mark heeft mijn eigen blik op illustraties doen veranderen en deze rubriek ‘illustrator in het zonnetje’ is voor feedback aan Mark voorgelegd, vóór de eerste illustrator bevraagd werd. Ik heb de eer gehad een paar jaar geleden bij hem thuis in gesprek te mogen over zijn werk. Dat gesprek lees je hier terug.
Janssens dromerige beelden vol fantasie vallen op door het rijke, verzadigde kleurenpalet en de composities; de beelden nemen je mee naar andere werelden. Werelden waar je wel zou willen rondlopen en werelden die betekenis geven aan woorden in verhalen. De filmische, dromerige spreads met intense kleuren vertellen meer dan je in eerste instantie ziet. Maar misschien vallen de prentenboeken zonder woorden wel het meest op, zoals ‘Eiland’ en ‘Thuis’. De verhalen die de beelden oproepen, zijn niet louter één doorlopend verhaal. In elke spread is iets te ontdekken; hoe klein ook, alles lijkt onderdeel van het verhaal. Niet geheel verrassend dus dat zijn illustraties een zekere eigenheid uitstralen die meer dan uniek te noemen is.
Van illustrator naar succesvolle kinderboekenmaker
Sinds 1997 is Mark illustrator. Hij is begonnen met het illustreren van andermans werk, en begon zich al snel te focussen op kinderboeken. Zijn eerste kinderboek waar hij illustraties voor maakte was ‘Mijn vriend de sjeik’ (1997), geschreven door Ulf Stark. Er staan een paar illustraties in dit boek in zwart-wit. Heel anders dan je nu van hem gewend bent; nu is het vaak een sensationele kleurexplosie. Sinds 2016 mag hij zich echt kinderboekenmaker noemen, want dat jaar verscheen zijn eerste door hem zelf geschreven en geïllustreerde boek ‘Niets gebeurd’ (2016). Vlak daarna verschenen er meer eigen boeken, zoals ‘Dino’s bestaan niet’ (2017) en ‘Raar’ (2019). Inmiddels staat zijn naam als maker of illustrator in meer dan 500 kinder- en prentenboeken.
Mark heeft al diverse Nederlandse prijzen gewonnen. Onder andere de Woutertje Pieterse Prijs in 2024 voor ‘De jongen die van de wereld hield’ samen met Tjibbe Veldkamp en in 2026 voor ‘Atman!’, geschreven door Bart Moeyaert. Daarnaast won hij de Kinderboekwinkelprijs voor ‘Eiland’. Verder werd het omslag van ‘Noem geen namen’ (Astrid Sy) bekroond met de titel Het Mooiste Boekomslag 2021 en in 2023 won hij deze prijs voor de cover van ‘Thuis’. Mark heeft ook een Zilveren Penseel gewonnen voor zijn illustraties in 'Aelin' (2025, Arienne Bolt). Eigenlijk is het opmerkelijk dat zijn werk nog nooit met een Gouden Penseel is onderscheiden. Deze prestigieuze illustratieprijs zou passend zijn voor een illustrator van zijn kaliber. Iemand die een blijvende bijdrage heeft geleverd aan de prentenboekenwereld.

In het buitenland kreeg zijn werk ook al meerdere erkenningen. Zo won hij in 2024 een Award for Excellence voor ‘Thuis’ op de Bologna Children’s Book Fair. ‘Eiland’ won ook in Italië de ‘Premio Andersen Award’ en in Zuid-Korea kreeg ‘Altijd dichtbij’ de Purple Award bij de Nami Concours. Als je dit zo leest, is het dus niet zo gek meer te noemen dat Mark internationaal een grote naam is. Zijn boeken zijn vertaald in zo’n 22 talen.


Over Mark
Mark is een geboren en getogen Zuid-Limburger. Hij is geboren in Eijsden en woont nu al jaren in een monumentaal pand in het centrum van Valkenburg aan de Geul, samen met zijn vrouw Suzanne (die ook illustrator is) en dochter Sophie. Sophie studeert aan de Kunstacademie en heeft plannen om uit te vliegen; haar broer Gilles achterna die al een tijd op zichzelf woont. Andere bewoners zijn twee katten, Fiene en Lou. Kat Lou is inmiddels wereldberoemd, want hij steelt af en toe de show op Instagram. Zo drinkt hij graag het verfwater dat Mark op zijn bureau heeft staan, of ploft hij neer op net gemaakt werk. Verder houdt Mark erg veel van wielrennen. Als hij niet achter zijn tekentafel in zijn werkkamer zit, gaat hij erop uit om in de buurt te fietsen en dat kan natuurlijk goed in het glooiende Zuid-Limburg. Af en toe maakt hij ook uitstapjes naar andere landen om daar te fietsen en dat doet hij onder andere met zoon Gilles. Maar hij gaat ook regelmatig naar andere landen om daar inspiratie te halen. Zo komt hij graag in India om daar cultuur op te snuiven en nieuwe werelden of sferen te ontdekken die hij in zijn prentenboeken kan stoppen.
Het meest houdt Mark van beeldende kinderboeken; echt rijk geïllustreerde kinderboeken of prentenboeken. Hij zegt daarover: ‘mijn benadering van het vak is een artistieke; ik wil ondertussen het prentenboek maken als een kunstvorm zien.’
Toen Mark op de Kunstacademie zat, leerde hij het werk kennen van de Oostenrijkse illustrator Lisbeth Zwerger. Aan haar denkbeeldige hand heeft hij de eerste stapjes gezet in de wondere wereld van kinderboeken. Op het moment heeft hij geen favoriete illustratoren meer, wel heeft hij bijzondere waardering voor heel veel collega’s.
Opleiding
Al op de basisschool bleek dat Mark tekenen heel leuk en rustgevend vond én hij was er ook nog eens erg goed in. Na zijn vwo-diploma had hij als doel om op de kunstacademie iets met computers en ontwerpen te gaan doen. Het toeval wil (als dat al bestaat) dat Mark na een ontmoeting op de Academie Beeldende Kunsten in Maastricht met zijn klasgenootje Suzanne (ja, zijn vrouw) interesse kreeg in het illustreren van kinderboeken. Binnen de grafische opleiding heeft hij veel illustratieve oefeningen kunnen doen en onder andere les gehad van Gouden Penseelwinnaar Willemien Min. Tijdens de opleiding bezocht hij ook studio’s van andere kinderboekenillustratoren waardoor hij steeds meer passie kreeg voor het illustreren van kinderboeken.
Toen hij in 1997 afstudeerde, maakte hij eerst voor diverse opdrachtgevers illustraties. Er was toen nog niet direct een link met kinderboeken, maar heel langzaam groeide hij steeds iets meer richting de kinderboeken.
‘In 2027 ben ik 30 jaar freelance illustrator en ik heb gelukkig nooit iets anders gedaan in mijn leven. Ik kan ook bijna niet geloven dat ik al zo lang in het vak zit; de jaren zijn omgevlogen.’


.jpg)


Het maken van een kinderboek
Een getraind oog en een minder getraind oog zal het werk van Mark snel herkennen, ook al is zijn handschrift met hem mee veranderd. Het is rijker geworden en meer gelaagd: ‘Ik weet veel beter wat ik kan. Wat ik niet kan. Door een bepaalde focus, is datgene wat ik doe ook steeds sneller beter geworden. En het zal blijven veranderen omdat ik ook graag unieke boeken wil blijven maken; dus geen steeds terugkerend typetje dat 10 prentenboeken lang hetzelfde moet blijven in idem stijl en techniek. Ik zoek juist telkens de vernieuwing op.’
Je zou het misschien niet direct zeggen als je Marks werk ziet, maar hij werkt zowel digitaal als met traditionele materialen. Het analoge spat ervan af, maar in best veel boeken is er een digitale bewerking aan te pas gekomen. ‘Ik wil dat mijn werk een analoge uitstraling heeft omdat ik dit zelf erg mooi vind. Er zit een puurheid in, een penseelstreek van de maker, die ik ook heel belangrijk vind. Ik werk echter niet 100% analoog! De reden daarvoor is dat ik ondertussen een eigen manier van werken heb ontwikkeld die exact dat op beeld laat gebeuren, wat quasi niet te doen is bij een 100% handmatige illustratie, dat ik hier mijn techniek van heb gemaakt.’
Hij schildert eerst alles op papier met aquarel of acryla (combinatie van acryl en gouache) of met (kleur)potlood. Alle achtergronden en personages worden allemaal eerst op papier geconstrueerd, dat moet ook wel, want hoe kan Lou anders verfwater drinken op Marks bureau? Vervolgens scant hij alles in en maakt in Photoshop de gehele compositie af. Op deze manier kan hij een illustratie precies zo maken zoals hij wil en gaat hij elementen verschuiven of verandert hij kleuren of formaten. En toch blijf je ondanks al deze technieken in zijn prentenboeken feilloos zijn trefzekere penseelstreken zien.
Een aantal boeken heeft hij wel 100% handmatig gemaakt, omdat de techniek dat beter toeliet of omdat hij het gewoonweg leuk vond om zo te doen. Dat deed hij bijvoorbeeld in de prentenboeken ‘Altijd Dichtbij’ en ‘Wonder’ en in het door Bart Moeyaert geschreven ‘Atman’. Duidelijk mag zijn dat hij per boek bekijkt wat het beste past.
In het maken van een prentenboek gaat heel wat puzzeltijd zitten. Mark vertelt daarover: ‘Bij het prentenboek maken is het de queeste, de puzzel die ik goed in elkaar moet leggen. De combi van concept, schrijven en illustratie is een waanzinnig interessant en ook intensief, complex gebeuren. Om daarmee bezig te zijn, maar nog beter, om dat goed en juist af te ronden, dat geeft een ongelofelijk fijn gevoel. Ik benader het prentenboek maken als een kunstvorm die mezelf veel genoegdoening geeft, maar waarvan ik hoop dat ik ook iets de wereld in stuur wat enigszins door anderen ook wordt gewaardeerd als ze het lezen en bekijken.’ Als Mark samenwerkt met een kinderboekenauteur voor wie hij illustraties maakt, dan is dat toch anders. Hij vindt het heerlijk om beeld te geven aan andermans verhaal. Het is voor hem een uitdaging om een andere wereld dan die hij zelf schetst te illustreren. Hij maakt hierin keuzes en is kritisch in wat hij wel of niet illustreert.

Marks boeken
Met meer dan 500 kinderboeken waar Mark illustraties voor maakte, is het onbegonnen werk ze allemaal te bespreken. Maar één boek is voor Mark al extra bijzonder en dat is het boek waar hij nu mee bezig is voor uitgever Walkerbooks UK; ‘Bird of Paradise’. Hij zegt daarover: ‘Het is een hele bijzondere en gaat zo ongeveer over een eigen persoonlijke ervaring. Het is daarom ook wel verwant aan ‘Dromer’, die ook het verhaal vertelt van mijzelf als kind en de moeilijkheden die het Dromerschap soms met zich mee brachten. Ik kan nog niets vertellen over Bird of Paradise, we gaan nog even moeten wachten tot eind 2027…’ Gelukkig dat hij wel alvast iets in beelden mag verklappen…
Om toch een paar boeken hier uit te lichten, is gekozen voor het boek dat past bij Kinderboekenrijk, namelijk ‘Eiland’ (2018) en ook voor ‘Raar’ (2019) dat lang één van de favoriete boeken van een van de kinderen hier in huis was. Ook zoom ik nog in op zijn nieuwste eigen prentenboek ‘Wonder’ (2026) en het bijzondere ‘Ik voel, ik voel wat jij niet ziet’ (2022, geschreven door Lotte Stegeman).
Eiland
In dit boek ga je mee op reis met een vader, een meisje en hun hond. Hun schip overleeft een storm niet, maar zij wel. Ze komen op een klein, mooi eiland terecht. Ze bouwen een huisje van hun vlot en daarna volgen er allerlei avonturen. Wat zo mooi is aan dit verhaal is het feit dat de vader en het meisje niet direct door lijken te hebben dat hun eiland een schildpad is én dat de schildpad uiteindelijk lijkt te zorgen voor de vader, het meisje en de hond.
Je kijkt je ogen uit op elke bladzijde. Er is zo veel moois te zien. In een divers fleurig en kleurrijk kleurenpalet, laat Mark je meegenieten van het leven in de zee. Van alles komt voorbij. De kleuren die daarbij gebruikt zijn, knallen bijna (lieflijk) uit het boek. Uit de illustraties blijkt alles: gevoelens, liefde, blijdschap en de kracht voor de natuur.
Het grappige aan dit boek is, dat het eerst mét tekst naar de uitgever is gegaan en tóch zonder tekst werd uitgegeven.
Raar
Een aantal dieren vindt iets geks. De luiaard zet het gekke ding rechtop en wat blijkt: ze zien zichzelf erin! De reacties zijn heel erg leuk en verschillen. Het ene dier vindt het leuk wat hij ziet en het andere dier niet. Zo schrikt de leguaan van het lelijke iets dat hij ziet en vindt de leeuw dat wat hij ziet om te kussen. Maar dan komt het nijlpaard, dat graag zijn billen ziet. Als dat maar goed gaat...
De combinatie van weinig tekst en veel grote illustraties van dieren is sterk. Zo'n boek heeft ook weinig tekst nodig. De illustraties zijn zoals we van Mark gewend zijn: prachtig, lieflijk en sfeervol. Dit keer alleen geen volle bladzijden met diverse kleurrijke illustraties, zoals in ‘Eiland’ of ‘Dromer’, maar overzichtelijke illustraties van op elke bladzijde een groot afgebeeld dier en op het eind allerlei dieren samen op de bladzijden. Maar één ding is zeker de vrolijkheid spat van de bladzijden af. En die leeuw...grote kans dat het kind of de kinderen aan wie je voorleest, de leeuw een kus gaan geven.
Wonder
Wonder' is een visueel meesterwerk dat een ode is aan creativiteit, verbeelding en fantasie. Maar misschien is dit boek nog wel meer een ode aan verwondering. Dit heerlijke prentenboek is een motiverend boek dat laat zien dat iedereen een wonder is en dat je goed bent zoals je bent. De illustraties zijn zonder meer het kloppend hart van dit bijzondere prentenboek. Het plezier spat van de bladzijden. Daar waar de tekst aangeeft 'mijn penseel danst!' zie je de manen van de leeuw bijna dansen, alsof er wind doorheen waait. Een plezier voor het oog. De combinatie van subtiele penseelstreken, de frisse, maar ook felle kleuren en grotere kleurvlakken doet dit boek opvallen. Er zit ontzettend veel expressie in de beelden, waardoor elke bladzijde spreekt, ook al zijn ze nog zo anders.
Ik voel ik voel wat jij niet ziet
Dit boek valt op vanwege de prachtige lay-out, de verbluffend levensechte illustraties en als je het boek dan openslaat en even iets leest, is het niet meer weg te leggen. De verschillende emoties, de gevoelens van dieren zijn krachtig beschreven. De illustraties zijn wonderbaarlijk levensecht. Enorm gedetailleerd en vol emotie. Zo zijn het vooral de ogen waar de tekeningen tot leven komen en dat is merkbaar. De emotie spat van de bladzijde af en dat is voelbaar door de ogen van het dier en niet alleen door bijvoorbeeld een openstaande bek van een boze leeuw. Ontzettend knap.






Toekomstplannen
Als je Mark vraagt of hij nog iets specifieks zou willen uitbrengen in de toekomst, dan geeft hij eerst aan dat hij niets speciaals wil maken, omdat alles wat hij tot nu toe heeft bedacht als prentenboek is uitgekomen. ‘Hier dank ik uitgeverij Lemniscaat ook voor. Ze zijn ontzettend coulant en meedenkend als ik ingewikkelde of aparte ideeën heb. Ik noem de luxe uitvoering van ‘Altijd Dichtbij’, de grote uitklapplaten van ‘Dino’s bestaan niet' of de fluorescerende inkten in Wonder. Super!’
Toch knaagt er ergens iets, want de equivalent van Sinterklaasliedjes zou hij nog wel een keer willen maken. We kunnen niet wachten op dit kerstliedjesprentenboek!

